|
SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK
DIENST
VAN GERECHTIGHEID DOOR SOLIDARITEIT
Uit het jaarverslag 2002
Elk
jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing,
waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we
er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het
bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat
jaar.
Inleiding
Mission Statement
De politieke aardschok van 2002
Sociologische
mijmeringen
Drie
waardepatronen
Plussen
en minnen
Geïnspireerd
door het christelijk geloof
Werken
met verschillende taalvelden
De
expertise die we in huis hebben
Inleiding
In het bijbelse visioen
van gerechtigheid en vrede is sprake van een gemeenschap waar niemand
buiten valt en niemand te kort komt, omdat niemand er leeft ten koste
van maar instaat voor anderen. Dit visioen van gerechtigheid door solidariteit
vormt het hart van de missie van landelijk bureau DISK: verlangen naar
en werken aan een wereld waarin mensen in daadwerkelijke gemeenschap,
betrokkenheid en solidariteit leven. Dit motto is richtinggevend in onze
kijk op economie, arbeid en zorg in 2002.

Mission
statement
In het voorjaar 2002
hebben we gesproken over onze beleidsvisie en ons mission statement. De
kern van deze discussies is de volgende. Geïnspireerd door bovengenoemd
bijbels visioen beschouwen we het als onze opdracht de kerken te stimuleren,
te ondersteunen en toe te rusten in hun evangelische roeping om in woord
en daad te getuigen van het aanbreken van de heerschappij van gerechtigheid
en vrede van God in en voor deze wereld. Ten aanzien van deze opdracht
ligt onze expertise op het terrein van sociaal-economische aangelegenheden,
in het bijzonder rond de thematiek van arbeid, inkomen en zorg op het
snijvlak van kerk en bedrijf/instelling en theologie en economie.
Arbeid, zowel betaald als onbetaald, speelt een belangrijke rol in de
vormgeving van de samenleving. De samenleving is vooral rond betaalde
arbeid geordend en gestructureerd in gezags- en machtsverhoudingen. Aan
betaalde arbeid ontlenen mensen voor hun maatschappelijke, sociale en
persoonlijke leven structuur, status, samenhang en zin. Die arbeid verschaft
mensen een inkomen en daarmee toegang tot allerlei voorzieningen, diensten
en patronen van consumptie. Betaalde arbeid is de kern van de economie
van de ruil. Tegelijkertijd speelt betaalde en onbetaalde arbeid een belangrijke
rol in de ordening en structurering van de zinbeleving en zingeving in
mensenlevens.
Via verschillende solidaire modellen (sociale zekerheid, belasting) zorgt
betaalde arbeid voor herverdeling van inkomen en het mogelijk maken van
diensten en voorzieningen: de economie van de herverdeling. De onbetaalde
arbeid van de wederzijdse zorg of gift verbindt mensen in de economie
van de gift op allerlei wijzen met elkaar.

De
politieke aardschok van 2002
We beleven een ongekend
heftige verkiezingsmaand in mei 2002. Het politieke landschap wordt volledig
door elkaar geschud. De ook nieuwe voorzitter van de Tweede Kamer mag
meer dan tachtig nieuwe kamerleden verwelkomen. Blijkens die grote verschuivingen
zijn velen in de samenleving de weg naar het waarom kwijtgeraakt. Een
deel van Nederland loopt achter Pim Fortuyn aan die helaas wordt doodgeschoten.
Het feit van een moord om politieke redenen blijkt voor velen een goede
reden om op de nalatenschap of 'geest van' Fortuyn te stemmen.
Binnen kerken en het arbeidspastoraat is die 'fortuynlijke' samenleving
minder in trek. Wij hebben meer banden met Ab Harrewijn, een idealist,
arbeidspastor, dominee en politicus met een warmhartig sociaal pathos.
Ab gaat op 13 mei door zijn harde werken voor dat idealisme onverwacht
veel te vroeg hemelen. Zijn laatste pleidooi in het boekje 'Bijbel, Koran,
Grondwet. Gesprekken over godsdienst en politiek' (Boom, 2002) om meer
aan waarden en levensbeschouwing te doen is zijn geestelijk testament.

Sociologische
mijmeringen
Hoe nu verder in dat
heftige politieke landschap? Waar behoren we met ons hernieuwde mission
statement toe? We zijn in het beschrijvende of sociologische taalveld
op zoek gegaan naar een antwoord. Diverse analisten van de verkiezingsuitslagen
gebruiken een consumentenonderzoek van Motivaction. Dit bureau onderzoekt
consumenten uitingen en onderscheidt aan de hand daarvan acht sociale
milieus met een eigen leefstijl en consumptiepatroon. Zo worden trends
zichtbaar. In dit onderzoek is een opvallende stelling, die zegt dat elk
sociaal milieu zijn waardepatroon uit in concreet gedrag, bijvoorbeeld
op het gebied van voeding, media, politiek, mobiliteit, het geven aan
goede doelen, financiën, wonen, houding ten opzichte van reclame,
het gebruik van nieuwe technologieën, het kopen van specifieke producten
en de loyaliteit aan merken. Op dit onderzoek kan veel kritiek uitgeoefend
worden, maar het is signalerend van waarde. Een uitdagende vraag blijft
daarom hoe wij ons vanuit ons waardepatroon hiertoe verhouden.
De onderzoekers onderscheiden
in 2002 acht sociale milieus:
- Traditionele burgerij
(9%), de moralistische, plichtsgetrouwe en op de status-quo gerichte
burgers die vasthouden aan tradities en materiële bezittingen.
- Gemaksgeoriënteerden
(11%), de impulsieve en passieve consument die in de eerste plaats streeft
naar een onbezorgd, plezierig en comfortabel leven.
- Moderne burgerij
(22%), de conformistische, statusgevoelige burgers die het evenwicht
zoeken tussen traditionele en moderne waarden als consumeren en genieten.
- Nieuwe conservatieven
(8%), de liberaal-conservatieve maatschappelijke bovenlaag die alle
ruimte wil geven aan technologische ontwikkeling, maar zich verzet tegen
sociale en culturele vernieuwing.
- Kosmopolieten (12%),
de open en kritische wereldburgers die postmoderne waarden als ontplooien
en beleven integreren met moderne waarden als maatschappelijk succes,
materialisme en genieten.
- Opwaarts mobielen
(14%), de carrièregerichte individualisten met een uitgesproken
belangstelling voor sociale status, nieuwe technologie, risico en spanning.
- Postmaterialisten
(11%), de maatschappijkritische idealisten die zichzelf willen ontplooien
en opkomen tegen sociaal onrecht en voor het milieu.
- Postmoderne hedonisten
(13%), de pioniers van de beleveniscultuur, waarin experiment en het
breken met morele en sociale conventies doelen op zichzelf zijn geworden.

Drie
waardepatronen
De verschillende sociale
milieus met hun eigen karakteristieke waardeprofielen kunnen volgens de
onderzoekers globaal worden ingedeeld aan de hand van drie waardepatronen:
- een traditioneel
waardepatroon gekenmerkt door de waarde 'behouden';
- een modern waardepatroon
gekenmerkt door de waarden 'bezitten' en 'verwennen';
- een postmodern
waardepatroon gekenmerkt door de waarden 'ontplooien' en 'beleven'.
Deze drie waardepatronen
zijn bij de schematische weergave van de sociale milieus (zie bovenstaande
figuur) als uitgangspunt genomen en zijn bepalend voor de horizontale
as van de milieu-index. De verticale as van de milieu-index is samengesteld
op basis van de sociaal economische status (zie verder: www.motivaction.nl).

Plussen
en minnen
Onze hierboven aangegeven
identiteit is niet zonder meer binnen dit sociologische landschap te plaatsen.
Als personen zullen we geneigd zijn om onszelf in meerdere sociale milieus
onder te brengen. Als organisatie blijkt de keus wat eenduidiger: we komen
terecht in het sociale milieu van de postmaterialisten, met als kenmerk
'ontplooien' en 'beleven'. De concrete doelen zijn: nastreven van solidariteit
en een harmonie tussen de sociale en natuurlijke omgeving. Postmaterialisten
hebben een milieubewuste, kritische en politiek betrokken leefstijl, doen
hun werk van maatschappelijk nut met voldoening en besteden de vrije tijd
aan huiselijk geluk, kunst & cultuur en natuur. Je zou ook kunnen
zeggen dat postmaterialisten te zien zijn als een voorhoede, die de traditionele
en moderne burgerij probeert mee te trekken in hun idealen.
Hebben we nu wat aan deze sociologische mijmeringen bij onze terugblik
op 2002? Als arbeidspastoraat DISK richten we ons op verschillende doelgroepen.
We staan voor een aantal idealen. We willen wat met die idealen en die
mensen. Het lijkt verstandig ons aan deze hedendaagse sociologische beschouwingen
over de Nederlanders te toetsen, ondanks of juist omdat er kritische vragen
bij gesteld kunnen worden. We vermoeden dat in de traditionele en moderne
burgerij de meeste kerkmensen zitten. Waar passen we daar als arbeidspastoraat
in? Hoe verhouden we ons tot deze sociale milieus en leefstijlen? Wat
betekenen ze voor ons werk en onze missie? Tijd om er over door te denken.

Geïnspireerd
door het christelijk geloof
Arbeidspastoraat DISK
weet zich geïnspireerd door het christelijk geloof, zoals dat in
katholieke en protestantse tradities en in hun oecumenische samenwerking
wordt verwoord. Die christelijke identiteit heeft te maken met hetgeen
we zijn (bezieling en zingeving) en willen worden (idealen). Woorden als
barmhartigheid, gerechtigheid en solidariteit zijn daarin belangrijk.
We gaan uit van de waardigheid van ieder mens (uniciteit) én van
het gegeven dat mensen op elkaar betrokken zijn (gelijkheid): als individuen
en kleine groepen (micro), als organisaties, netwerken en instellingen
(meso) en als land, dat weer relaties onderhoudt met landen (macro).
Er zijn wisselwerkingen aan te geven tussen deze niveaus van samenleven.
Individuele mensen of groepen kunnen en willen vanuit de eigen spiritualiteit,
levensstijl en maatschappelijke positie bijdragen aan de ontwikkeling
van kleinere en grotere gemeenschappen. Ontwikkelingen en processen die
een structureel karakter hebben aangenomen in instituties, hebben hun
uitwerking op grotere en kleinere gemeenschappen en op individuen of kleine
groepen. In deze wisselwerkingen zijn voor ons leidinggevend de waarden
van deelnemen aan, meedelen in en verantwoordelijkheid nemen voor. Op
grond daarvan doen we op mensen een uitnodigend appél om mee te
doen. We zijn minder met ons zelf en meer met het samenleven van mensen
bezig. Vanuit deze schets vinden we herkenning in het eerder genoemde
sociale milieu van postmaterialisten.
Arbeidspastoraat DISK wil vanuit deze principiële inspiratie bijzondere
aandacht geven aan positieve en negatieve tendensen van religie of levensbeschouwing
als het gaat om deelnemen aan, meedelen in en verantwoordelijkheid nemen
voor samenleven. We wijzen op de niet terechte overtuiging, dat in onze
geseculariseerde cultuur religie of levensbeschouwing beschouwd dient
te worden als een privé-aangelegenheid. De centrale rol die religie
speelt in het waardedebat, in het bepalen van identiteit, in samenlevingen
buiten Nederland en bij heel veel lokale conflicten en oorlogen, rechtvaardigt
die visie niet. Religie of levensbeschouwing is ook een belangrijke maatschappelijke
aangelegenheid. We zoeken in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid
naar manieren waarop de segmenterende realiteiten van economie, politiek,
sociaal-cultuur en religie met elkaar in contact kunnen komen. We kijken
in het meedoen aan die (economische) samenleving niet alleen met de ogen
van de winnaars of meelopers, maar ook met de ogen van verliezers en uitvallers.
Ook hierom plaatsen we ons als organisatie in het bovengenoemde postmaterialistische
sociale milieu.
Anders gezegd: we plaatsen ons met ons werken binnen een communitaire
richting. Vanuit onze religieuze inspiratie ontstaat er een kritisch tegenover
die (rechts)filosofieën, die het individu autonoom plaatsen tegenover
de staat en die in het ijveren voor het grootste eigenbelang een inzet
voor het algemeen belang zien. En er ontstaat een uitnodiging tot samenwerking
met die (rechts)filosofieën, die de samenhang tussen individuen,
groepen en het gehele volk zien en die van daaruit ijveren voor ook het
invullen van solidariteit en algemeen belang.
We zijn een landelijke dienst, die door meerdere kerkgenootschappen is
opgericht. Dat tekent onze oecumenische instelling. Onze ervaringen in
het krachtenveld van maatschappelijke, economische en politieke krachtenveld
hebben geleerd, dat sommige overlegsituaties of activiteiten beter gezamenlijk
te organiseren zijn dan elk apart. Er zijn de nodige pragmatische redenen
om vooral oecumenisch te werken.

Werken
met verschillende taalvelden
Onze ervaringen in
debatten met economen, ethici, theologen en politici leren dat er door
de deelnemers aan die debatten naast het beschrijvende of sociologische
taalveld verschillende benaderingen gehanteerd worden.
Menno Kamminga gebruikt
in 'Onderweg naar overvloed' (Boekencentrum 2001) bij de ontwikkeling
van zijn oecumenische visie op ontwikkelingssamenwerking deze typering.
"In de literatuur over ontwikkeling zijn, net als in de literatuur
over economie, politiek en geneeskunde, vier typen 'moreel (relevant)
discours' te onderscheiden. In navolging van de Amerikaanse theoloog-ethicus
James M. Gustafson duiden we die aan met de termen 'narratief discours',
'ethisch discours', 'beleidsdiscours', en 'profetisch discours'. Gustafson
verdedigt de stelling dat elk van de vier typen moreel discours zowel
noodzakelijk als onvoldoende is voor een oecumenische sociale ethiek
(pag. 14)."
We zijn voortbouwend
op Kamminga deze verschillende benaderingen gaan benoemen als taalvelden
en hebben gemerkt, dat een onderscheid maken tussen deze taalvelden verhelderend
kan werken in het publieke debat.
- De ervaringsverhalen
van mensen vormen het narratieve taalveld en we hebben daarmee via het
netwerk van arbeidspastoraat en de arme kant van Nederland/EVA een belangrijke
inbreng in o.a. het publieke debat.
- Vanuit de tradities
rond waarden en normen ontstaat het participeren aan het ethische taalveld.
- De bronnen van
onze drijfveren, ons geloof en hetgeen waarop we hopen leiden tot het
profetische taalveld.
- Als we nagaan hoe
we goederen en diensten produceren, aan elkaar geven, (her)verdelen
dan wel verhandelen, en consumeren zijn we bezig met het economische
taalveld.
- Als we koppelingen
maken tussen hetgeen we zien, ervaren en analyseren (de wereld van het
zijn) en hetgeen we verlangen, willen, en nastreven (de wereld van het
behoren), dan betreden we het terrein van het politieke of beleidstaalveld.
Elk taalveld kan zowel
leiden tot een handelen of praktijk als tot een systematisering of wetenschap
en heeft in beide richtingen sterke en zwakke kanten. Wij zijn daarbij het
meest actief rond praktijken en maken gebruik van, vertalen uit of bemiddelen
met de wetenschappen. En we zoeken naar de samenhang die ontstaat als de
verschillende taalvelden met elkaar verbonden worden.
De kern van onze benadering
is dat we een partijgangerschap hebben met, stem geven aan, plek inruimen
voor het narratieve taalveld en daarmee andere taalvelden beïnvloeden.
We laten ons daarbij voeden door bijbelse en kerkelijke bronnen. De dienst
van barmhartigheid ontaardt in liefdadigheid als ze geen oog heeft voor
structuren en politiek handelen. De dienst der gerechtigheid verzandt
in liefdeloosheid als ze niet gevoed wordt door het 'handwerk' van veelvoudige
individuele contacten. Dat leidt ertoe dat we rond de machtsposities,
die we zien en vanuit de ervaring van mensen rond situaties van uitsluiting
of onderdrukking horen, de mogelijkheden voor deelnemen aan, meedelen
in en verantwoordelijkheid nemen voor samenleven willen verruimen en de
verhullingen signaleren.

De
expertise die we in huis hebben
Onze expertise omvat
ervaringen uit een pastorale praktijk, banden met katholieke en protestantse
tradities, kennis van sociaal-economische thema's en een opgebouwd netwerk
en zij uit zich in drie kwaliteiten: begeleiding, bezinning en activering
De programma's en projecten van begeleiding, training en ondersteuning
richten zich vooral op de werkeenheden: bestuurders, pastores, en groepen
in het DISK netwerk. Zij zijn aanwezig bij mensen en maken mee hoe de
contexten van arbeid, zorg en inkomen mensen perspectief geven of in de
knel brengen.
De meeste van onze programma's en projecten hebben een bezinnend karakter.
We analyseren maatschappelijke ontwikkelingen, maken onderscheid tussen
verschillende taalvelden en reiken de producten aan met een educatieve
doelstelling. Onze doelgroepen zijn daarbij vooral mensen die betrokken
zijn bij kerken, met een traditionele, moderne of postmaterialistische
leefstijl.
Onze programma's en projecten hebben tevens een activerend karakter. We
gaan er van uit dat mensen deelnemen aan, meedelen in en verantwoordelijkheid
nemen voor processen in de samenleving, vaak gericht op gemeenschapsvorming.
We willen mogelijkheden bieden om dit handelen te versterken. We zijn
actief binnen netwerken, waaruit onze bewuste keuze voor samenwerking
met andere kerkelijke en niet-kerkelijke organisaties blijkt. In het jaar
2002 hebben we gewerkt met de volgende thema's.
Barmhartigheid
en gerechtigheid
In dit thema komt het profetische taalveld als rode draad van ons werk
aan bod. We zijn ingestapt in het project Oecumenisch Studieboek Diaconie
met als leidraad de zeven werken van barmhartigheid. Vanuit onze betrokkenheid
bij het Katholiek Landelijk Diaconaal Beraad zijn we in het tijdschrift
'Diaconie&Parochie' gestart met een serie van acht boekjes over de
zeven werken van barmhartigheid. Gerechtigheid streven we na in veel van
onze navolgende activiteiten.
Arbeid
en zorg
In dit thema plaatsen we het narratieve taalveld, het ethische taalveld
en het politieke taalveld. Rond arbeid hebben we in 2002 vooral het werk
in de agrarische sector en het werken aan voedsel centraal gezet bij onze
activiteiten rond bid- en dankdag voor gewas en arbeid en de zondag van
de arbeid. We signaleren de opkomst van een combinatie-ethos, dat bestaat
uit een mengsel van het arbeidsethos en het vrijetijdsethos. We bereiden
een project Handboek Arbeid voor.
Inkomen
en sociale zekerheid
In dit thema plaatsen we eveneens het narratieve taalveld, het ethische
taalveld en het politieke taalveld. Het driejarig project 'Om sociale
gerechtigheid' heeft zijn oogstjaar met een serie publicaties: 'Arm en
rijk in de bijbel', 'De kerk als vangnet', het werkboek voor EVA-groepen
'Als je er alleen voor staat' en het 'Dossier Armoede in Nederland 2002'.
We werken aan het nieuwe zondag van de arbeid materiaal voor het jaar
2003 dat als motto meekrijgt 'Sociaal zeker? Zeker sociaal!'. In het werk
van de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid zit onze bijdrage vooral
in 'De hoogste tijd voor rechtvaardigheid, manifest tegen armoede en sociale
uitsluiting', het maken van een 'Vergelijking verkiezingsprogramma's politieke
partijen rond arbeid, zorg en inkomen' en de Alliantie activiteiten rond
de verkiezingen. We raken op het einde van het jaar gealarmeerd door de
voorbereidingen rond de Wet X, ofwel een voorgenomen nieuwe herziening
van de algemene bijstandswet.
Economie
in een globaliserend proces
In dit thema plaatsen we het economische en ethische taalveld. We maken
gebruik van de onderscheiding in vier handelingsmechanismen die vormen
of deelsystemen van economie bepalen: beurs, ruil, herverdeling en gift.
Op de 1 Mei Conferentie bespreken we de kansen voor een ruimere arbeidsmigratie
binnen een globaliserende economie. We zoeken naar een eigen bijdrage
in het debat rond maatschappelijk verantwoord ondernemen (Mvo). De studie
over economie en ethiek bevorderen we met een bespreking van het boek
'Economie en Ethiek als dialoog'. Het project 'Bevrijde Tijd' sluiten
we in september af met de activiteiten rond Bond tegen de Haast en de
zondag van de Bevrijde Tijd.

Naar
andere signalementen
|
|