|
SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK
GRENS-OVERSCHRIJDINGEN
Uit het jaarverslag 1999
Elk
jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing,
waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we
er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het
bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat
jaar.
Kritische
ondergrens
Kritische agenda
Doorbreken en combineren
Drie-eenheid in de economie
De rol van geld
Meer werk, meer werken
Zorg om de zorg
Herverdeling als bron van bestaanszekerheid
Arbeidspastoraat en geloven
Kritische
ondergrens
Theo Salemink legt
bij zijn aftreden als voorzitter van DISK een verbinding tussen arbeidspastoraat
en grensoverschrijding. Hij vindt dat het arbeidspastoraat en de kerken
moeten spreken aan de hand van de ervaring van een kritische ondergrens:
'In de moderne geschiedenis zijn er steeds mensen en bewegingen geweest
die zeiden: "hier ligt een ondergrens. De ongecontroleerde gevolgen van
bepaalde economische ontwikkelingen kunnen wij niet langer voor onze rekening
nemen. Hier komt ons bestaan als mens in gevaar". Deze ervaring van een
grensoverschrijding heeft zich heel sterk voorgedaan in de moderne emancipatiebewegingen,
van socialisme tot feminisme. In deze tradities werden dan ook grote woorden
geboren: solidariteit, rechtvaardigheid, gelijkheid, vrijheid, grondrecht
op arbeid en inkomen. De grenservaring heeft geleid tot een sociale ethiek
en deze sociale ethiek heeft bijgedragen aan sociaal-economische alternatieven
of hervormingen. Stimulansen voor een poging om aan de ongecontroleerde
werking van de vrije markt een breidel aan te leggen, met het oog op mensheid
en menselijkheid. De christelijk-sociale bewegingen, van confessioneel
tot socialistisch, hebben hierbinnen een eigen accent gezet. (...) Als
de joodse en christelijke tradities een belangrijk geluid willen laten
horen dan betreft dat de ervaring van een grens. Vanuit een lange historische
bibliotheek van verhalen en confrontaties kan zij met nadruk naar voren
brengen: dit is een grenssituatie. Hier wordt de individuele mens in zijn
alledaags leven en overleven ernstig bedreigd.' (In DISKkrant,
maart 1999).

Kritische
agenda
De kritische agenda
die Salemink hier schetst, is te herkennen in veel activiteiten van het
DISK netwerk en het landelijk bureau DISK. Het is een toon die kracht
heeft, wanneer hij berust op het zien, horen en meemaken van de nood waarin
mensen verkeren.
Deze kritische agenda
heeft een bodem zolang er arbeidspastores en andere contactpersonen zijn,
die optrekken met mensen op en onder het minimum, met zich kapot poetsende
schoonmaaksters en met hard werkende leidinggevenden, die zich gemangeld
weten tussen de eisen van efficiëntie en winststijging enerzijds
en sociaal beleid anderzijds. Dit geluid is bovendien afhankelijk van
de strijdbaarheid van mensen, die op een gegeven moment voor zichzelf
bepalen 'dit gaat te ver' en dat hardop aan de orde stellen. Het is evenzeer
afhankelijk van de gevoeligheid van mensen om te zien dat je hier zelf
misschien nog wel mee kunt leven, maar dat een ander hieraan onderdoor
gaat.
Uit de kerkelijke
actie tegen de 24-uurseconomie blijkt, dat het simpelweg uitroepen van
'hier wordt een grens overschreden' niet voldoende is. Het verruimen van
de openingstijden van winkels ging veel mensen te ver. Vermoedelijk beleefden
zij dit als een symptoom van steeds verder oprukkende economische belangen.
In de discussies die deze actie in kerken en in de media opriep, wordt
ook duidelijk dat deze ontwikkeling bij veel mensen vooral ambivalente
gevoelens, twijfels en vragen oproept. Wie de argumenten van de 'dit gaat
te ver'-lobby beter bekijkt, merkt dat helemaal niet zo duidelijk is om
welke grenzen het gaat, om welk leed, welke gezinsdrama's, welk machtsmisbruik.
Kortom: wie hard roept over grensoverschrijdingen, moet niet alleen met
gezag kunnen spreken maar ook met argumenten.

Doorbreken
en combineren
Dit spreken vanuit
de ervaring van een kritische ondergrens, is niet voldoende. Grenzen overschrijden
krijgt zo alleen een verontrustende betekenis. Wij stimuleren en signaleren
ook grensoverschrijdingen in positieve zin, die veranderingen mogelijk
maken: bovengrenzen, die bijvoorbeeld als ideaal functioneren in onze
cultuur, heilige huisjes omver werpen, vastgeroeste tegenstellingen doorbreken,
bevrijding zoeken uit vastgelopen stellingen.
Juist de combinatie
van kritiek en verlangen, van 'dit gaat te ver' en 'waarom zouden we binnen
deze grens blijven', maakt het mogelijk om beter te zien en geeft meer
handelingsmogelijkheden.
Een voorbeeld. Betaalde
arbeid is in Nederland net topsport, concluderen onderzoekers van TNO-arbeid
in hun 'Trendrappport Arbeid 1999'. Korte werktijden, hoge productienormen
en computerisering maken dat werknemers in ons land vooral gevoelig zijn
voor werkdruk. Dat beeld is in 1999 telkens opnieuw bevestigd. Werkstress,
burn-out en de grote aantallen arbeidsongeschikt verklaarde mensen beheersen
de discussies. Dat roept in brede kring de ervaring op 'dit gaat te ver'
en leidt tot kritiek op te ver doorgevoerde efficintie, die gezorgd heeft
voor te weinig personeel, werken volgens hoge productienormen en zeer
gedetailleerde tijdschema's.
Dat beeld van werk
als topsport wordt aangevuld, verrijkt en bijgesteld als je ook kijkt
naar de bezieling en het verlangen dat mensen in hun werk leggen. Juist
als werken leuk is, als werken een beroep doet op de talenten van mensen,
als je het zo goed mogelijk wilt doen - juist dan zijn mensen gemakkelijker
vatbaar voor de stress en de druk. Dan zijn mensen des te meer te manipuleren
om er nog een schepje bovenop te doen en te lang door te gaan.
Betaald werk is ontplooiing,
werken is doen wat je graag wilt doen, van je hobby je werk maken - die
beelden zijn minstens zo overheersend als werken is topsport. Toch worden
die twee niet vaak met elkaar verbonden. Zo verdwijnt een belangrijk deel
van het beeld uit zicht. Wie het alleen over de ontplooiing heeft, kan
niet meer zien waar de ontplooiing verwordt tot een dodelijk moeten: je
moet je ontwikkelen, je moet alles als een uitdaging zien, werk moet boven
alles leuk zijn. De definitie van leuk werk is al ingevuld: routinematig
werk is saai. In veel boeken die het leuke van werken benadrukken, wordt
bijna ontkend, dat dat werk ook nodig is om aan geld te komen en zekerheid
in het bestaan te brengen.
Aan de andere kant
geldt: wie alleen maar spreekt over 'betaald werk als topsport' en 'kostenfactor',
kan niet meer zien wat mensen in hun werk verlangen, hoeveel trouw en
bezieling ze erin leggen. Juist dat maakt zowel sterk als kwetsbaar.

Drie-eenheid
in de economie
Een rode draad in
de DISK-visie van de laatste jaren is de poging om consequent over drie
economische principes te spreken en die alle drie in onze analyses te
betrekken. Het gaat om de principes ruil, herverdeling en wederkerigheid
(of gift). Ietwat versimpeld kun je stellen dat elk van deze principes
overheersend is in een economische context: de ruil op de markt, de herverdeling
bij de overheid, de wederkerigheid in het privé-leven. Deze lijn
van denken geeft kracht en inspiratie. Ze is een voorbeeld van het overschrijden
van grenzen en de weigering om vanuit één hokje te denken.
Ze helpt om te zien wie wel zichtbaar is en stem heeft en wie onzichtbaar
wordt gemaakt zonder stem. Ze werkt als spiegel in het zien hoe bovengrenzen
hun aantrekkelijke rol spelen en hoe het lijden van mensen leidt tot het
ervaren van ondergrenzen. Ze daagt uit tot gesprek, analyse, oordeelsvorming
en handelen.

De rol van geld
Belangrijk thema bij
onze activiteiten in 1999 was de rol van geld, vooral bij verrijking en
verarming.
Geld is een handig
ruilmiddel. Het maakt het mogelijk om onvergelijkbare zaken als grond,
oogst, arbeid en diensten met elkaar te vergelijken. Met geld als rekeneenheid
is ruilen veel gemakkelijker geworden. Geld, communicatie- en vervoerstechnologie
maken grootschaliger marktwerking mogelijk.
Ruilen met geld zorgt
niet vanzelf voor een eerlijke verdeling van inkomen en bezit. Verschillende
uitgangsposities zorgen voor verschillen in mogelijkheden om geld te verwerven.
Vrouwen verdienen minder dan mannen voor hun werk. Veel werk heeft geen
marktwaarde, dus ook geen prijs. Wanneer alleen de marktwaarde van een
goed of dienst telt en mensen niet vanuit gelijke posities kunnen ruilen,
ontstaan verrijking en verarming.
Een andere factor
die voor verrijking en verarming zorgt, is de mogelijkheid geld te verdienen
met geld en zo alsmaar meer geld te verzamelen. In het moderne kapitalisme
is een apart circuit ontstaan van handel in geld, die los staat van de
behoeften aan maatschappelijk noodzakelijke goederen en diensten. Het
enige criterium is een zo groot mogelijke groei van kapitaal. Omdat de
markt voor kapitaal steeds meer vrij gegeven is, kunnen geldstromen zeer
snel over de wereld heen en weer gestuurd worden. Regeringen hebben nauwelijks
vat op deze handel en kunnen geen beslag leggen op (een deel van) de winsten.
Hier is geen sprake meer van ruil, wederkerigheid of herverdeling. Geld
heeft hier geen binding meer met een gemeenschap van mensen, met arbeid
en met natuur. Een kritische grens is overschreden.

Meer
werk, meer werken
Onze maatschappij
en economie berusten voor een groot deel op de inzet van onbetaalde zorg
en vrijwilligerswerk. Die arbeid wordt gezien als een gift. Dat geven
is niet altijd belangeloos, maar berust op wederkerigheid. Het gebeurt
vanuit de verwachting dat ik de zorg die ik geef, zelf ook zal krijgen
als ik die nodig heb. Bovendien valt van geven alleen niet te leven: je
zult inkomen nodig hebben om in je bestaan te voorzien.
Ontwikkelingen op
de arbeidsmarkt en bij de overheid hebben hun weerslag op de toch al kwetsbare
en overbelaste positie van het leger onzichtbare zorgverleners en vrijwilligsters.
Onder invloed van de krapte op de arbeidsmarkt en de vergrijzing, wordt
de roep steeds sterker dat er meer en langer gewerkt moet worden op die
arbeidsmarkt. VUT-regelingen verdwijnen, deeltijdwerk krijgt weer een
minder positieve lading en een beroep doen op de sociale zekerheid is
eigenlijk onnodig. De druk op mensen met een uitkering om een baan aan
te nemen wordt groter, zeker nu het argument 'er zijn toch zoveel vacatures'
gemakkelijk uit de kast kan worden gehaald.
De verleiding is groot
om niet meer te kijken naar de gevolgen die een langere en grotere inzet
in de loonarbeid heeft voor arbeid die op basis van wederkerigheid gebeurt
en wat het betekent voor de herverdeling.

Zorg
om de zorg
Wie meer mensen in
wil zetten in de betaalde arbeid onttrekt arbeid aan het 'zorg'-circuit.
Oplossingen worden gezocht in de richting van het gemakkelijker kunnen
combineren van een baan met zorg en het omzetten van onbetaald werk in
betaald werk. Maar de wending die de discussie over de vacatures neemt,
doet vrezen dat de krapte op de arbeidsmarkt niet leidt tot een aanpassing
van banen aan mensen die willen combineren. Bovendien houdt de ontwikkeling
van betaalde voorzieningen die in de plaats moeten komen van de onbetaalde
zorg, nauwelijks gelijke tred met wat er nodig is. De discussie over de
kwaliteit van de voorzieningen is nog maar net begonnen. De toegankelijkheid
van voorzieningen is een punt van zorg. Ook gaat het hier juist om banen
waarvoor nauwelijks personeel te krijgen is en waar de werkdruk het hoogste
is, namelijk banen in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg...
Vrijwilligsters melden
ook in 1999 nog steeds dat zij zwaarder belast worden, doordat zij taken
op hun bord krijgen, die eerst door betaalde krachten gedaan werden.
Als dan ook nog eens
blijkt dat menig uitkeringsgerechtigde door een baan niet uit de armoede
komt, wordt het wel erg mager om het hele sociaal-economische beleid te
laten bepalen door 'meer mensen aan het werk'.
Het combinatiemodel
dat bepleit wordt door de overheid, kan niet alles oplossen. Het is vooral
aanlokkelijk voor anderhalfverdieners en tweeverdieners met kinderen,
maar is nog nauwelijks toegesneden op mensen in andere levenssituaties
en mensen met een laag inkomen. Een belangrijke vraag voor de komende
tijd is ook of dit combinatiemodel overeind blijft in de maalstroom van
het meer en langer moeten werken?

Herverdeling
als bron van bestaanszekerheid
Ook het principe van
herverdeling blijft in de aandacht van DISK. Dit berust op het besef dat
mensen zorg voor elkaar dragen. Zij die over meer welvaart beschikken
(in de vorm van goederen, diensten of geld), delen dit met degenen die
minder hebben.
Herverdeling gebeurt
op onderlinge afspraak tussen personen maar ook in groepen. Daarvoor ontstonden
in de loop van de geschiedenis twee manieren. Onderlinge verzekering tegen
schade of verliezen betekent dat een groep in goede tijden een deel van
de verkregen welvaart opzij legt om er in slechte tijden gebruik van te
kunnen maken. Bij persoonlijke verzekering geeft één persoon
een deel van de verkregen welvaart in bewaring bij een geldbeheerder,
die het geld kan gebruiken en garant staat voor een persoonlijke uitkering
bij verlies van gezondheid, bij schade of bij het aanbreken van de oude
dag.
Een belangrijke herverdeler
is de overheid. Zij int goederen, geld of tijd en verdeelt die weer onder
de burgers. Het belangrijkste instrument voor deze herverdeling is de
belastingheffing. Bedrijven en burgers dragen een deel van hun inkomen
af aan de overheid. De grootste inkomens dragen het meeste bij. De overheid
gebruikt het geld voor publieke voorzieningen: weg- en waterbouw, water-
en gasnetwerk, huizenbouw, onderwijs en gezondheidszorg. Ook krijgen diegenen
die op de markt niet of onvoldoende in hun inkomen kunnen voorzien, een
(aanvullende) uitkering, een beurs of een subsidie.
In het afgelopen jaar
is vanuit het arbeidspastoraat DISK en de kerken gewezen op de private
verrijking en publieke verarming in onze samenleving. Het verschil tussen
de rijkste en de armste groepen neemt toe. De herziening van het belastingsysteem,
de privatisering van de infra-structuur en de sociale zekerheid versterken
die tendens. We signaleren dat in plaats van sociaal-ethische uitgangspunten
praktische argumenten als inbaarheidsgemak en kostenbesparing doorslaggevend
zijn.

Arbeidspastoraat
en geloven
Economie is mensenwerk.
Je positie bepalen in economische discussies is mensenwerk. Roepen dat
'dit te ver gaat' is mensenwerk en verlangen naar rechtvaardigheid ook.
We citeren nogmaals Theo Salemink: 'Ik meen dat goede burgers op seculiere
gronden tot een recthvaardige economische orde en economisch handelen
moeten kunnen komen. En dat moeten christenen ook, maar niet meer of minder.
Wat is dan het specifieke eigen geluid? John Veldman brengt in zijn proefschrift
Project Bedrijfspastoraat. Een historisch en theologisch onderzoek
naar een verantwoord spreken van de gelovige in de economie (1998)
een klassieke theologische lijn tot leven als hij de zin schrijft: "Handelen
alsof de dood niet bestaat". Het christendom leeft van de ervaring dat
er voor mensen in de chaos van de geschiedenis en persoonlijke existentie
ondanks alles 'perspectief' is: utopie, hoop, verlangen, eschaton, profetie,
noem maar op.' (In: DISK-krant, maart 1999)
Dit handelen alsof
de dood niet bestaat is gebaseerd op het geloof in een God die wil dat
mensen leven en het goed hebben. In dit motto vinden we de inspiratie
om op twee manieren grenzen te overschrijden. Enerzijds in de kritische
vraag en uitroep die Theo Salemink benadrukt. We willen niet ontkennen
maar juist onderkennen dat in onze maatschappij mensen lijden - aan werk
als topsport, aan onrechtvaardige verdeling van geld en goed, aan hard
werken zonder iets te verdienen, aan gebrek aan macht en erkenning. Anderzijds
proberen we de pretenties van ons economisch systeem te doorzien en te
ontmaskeren door te wijzen op wat gebeurt en niet opgemerkt wordt. We
willen niet accepteren dat het 'nu eenmaal zo gaat' of dat het 'in andere
landen of groepen ook zo is of gebeurt'. Economie is geen goddelijke zaak.
In die weigering ligt de overgang naar een ander soort grensoverschrijding:
het aanwijzen van de hoop die levend is. Kijk maar, het hoeft niet te
gaan zoals het gaat.

Naar
andere signalementen
|