|
SIGNALEMENTEN
VAN ARBEIDSPASTORAAT DISK
VERHALEN
VAN VERZET ZIJN BORRELS VOOR DE ZIEL
Uit het jaarverslag 1997
Elk
jaarverslag van de Stichting landelijk bureau DISK opent met een beschouwing,
waarin we beeldend en bezinnend omschrijven wat we ontmoeten en hoe we
er mee omgaan. Het essay vertolkt een inhoudelijk signalement van het
bestuur over actuele ontwikkelingen rond arbeid, zorg en inkomen in dat
jaar.
Verhalen
als oproep en uitdaging
Uitnodigen tot meedoen
Spiritualiteit
als middel
Door
wiens ogen kijk je?
Geen
blauwdruk maar kritische grens
Natuurlijk: we hebben
in 1997 heel wat ondersteunend werk verricht en gestudeerd, brochures
en artikelen geschreven. Met als gesprekspartners naast ons eigen netwerk
van arbeidspastoraat DISK ook uitkeringsgerechtigden, gelovigen, politici,
theologes, economen, bedrijfsleiders, boerinnen. Toch willen in de terugblik
op het vorige jaar juist het zingen en spelen naar voren halen. Als beeld
van een veelkleuriger aanpak, een andere toon die we onze activiteiten
willen meegeven. We hebben werkvormen nodig, die niet alleen hoofd, maar
ook hart en hand aanspreken. Bij toerusting en vorming, bij het uitwisselen
van ervaringen en het opbouwen van groepen in het arbeidspastoraat, in
het publieke debat en bij politieke actie.

Verhalen
als oproep en uitdaging
Verhalen zijn altijd
een belangrijke basis voor ons werk geweest: zowel verhalen van mensen
over arbeid, zorg en inkomen, als verhalen uit de bijbel en de christelijke
traditie. Mensen die in het arbeidspastoraat werken hebben een rijke ervaring
in het uitleggen van verhalen. Er is ook ervaring in het luisteren en
(door)vertellen, in het confronteren van kleine en grote verhalen.
Adrie Mesch omschrijft
in het 'DISK Theaterwerkboek' de inzet van theatermakers en vertellers
als het verbeelden van verhalen. Juist door die verbeelding kunnen spelers
en toeschouwers stil staan bij de emoties en ervaringen die verhalen bij
hen oproepen. Theater geeft mensen een verscheidenheid aan middelen in
handen om hun eigen werkelijkheid en die van anderen te laten zien, en
tevens ook om die uit te dagen en in een ander daglicht te stellen. Die
verschillende middelen, niet alleen de taal van het 'Algemeen Beschaafd
Nederlands', niet alleen woorden, kunnen de macht van de rijkst gebekte
doorbreken.
In ogenschijnlijk
kleine verhalen gaat grote kracht schuil, die overtuigt en leidt tot verandering.
"Verhalen van verzet zijn borrels voor de ziel" . Als we oog blijven houden
voor het vertellende (narratieve) karakter van ons werk, kunnen we daar
sterk in zijn zonder onszelf te overschreeuwen.
Ernstige redeneringen
doen het 'm niet altijd. Humor en satire zijn bruikbare strategieën
voor wie discussies aan wil zwengelen over geloof en economie, voor wie
iets wil veranderen aan de toename van verarming en verrijking.

Uitnodigen
tot meedoen
Parallel aan het oproepende
en uitdagende karakter van theater en muziek, slaan onze publicaties een
toon aan die eerder uitnodigend dan voorschrijvend wil zijn. Een duidelijk
voorbeeld is de Open Brief 'Dienst aan het leven'. Gerard van Eck
en Greetje Witte-Rang beschrijven de verschillen tussen deze brief en
de Geloofsbrief over economie 'De keerzijde van de economische medaille'
die in 1992 verscheen.
Had de eerste brief,
zoals uit de titel blijkt, de lading van een "geloofsbelijdenis", de tweede
is te beschouwen als "een bijdrage vanuit de christelijke geloofstraditie
aan het gesprek over waardenoriëntaties, die ten grondslag liggen
aan het economisch leven". De Open Brief neemt een aantal dilemma's tot
uitgangspunt, waarvoor mensen zich in hun dagelijks leven geplaatst kunnen
zien. Van daaruit zoeken de auteurs naar perspectieven en maatstaven die
uitwegen uit zo'n dilemma kunnen bieden. Alleen al het spreken over "dilemma's"
maakt het onmogelijk om vervolgens met al te simpele en eenduidige oplossingen,
met een "zo moet het en niet anders" aan te komen zetten.
Gerard van Eck en
Greetje Witte-Rang signaleren tevens, dat de Open Brief van een bredere
definitie van economie uitgaat. Deze definitie brengt ook het onbetaalde
werk rond zorg in eigen omgeving en vrijwilligerswerk in beeld. Dat sluit
aan bij al eerder ingezette pogingen om aandacht te besteden aan de verschillende
posities van vrouwen en mannen. Zo is ook de grotere aandacht voor de
samenhang tussen culturele en economische factoren te verklaren. Juist
vanuit de emancipatiebewegingen van vrouwen, migranten en homo's is duidelijk
geworden, dat veranderingen in economische structuren moeizaam tot stand
komen en vaak slecht beklijven als er geen aandacht is voor culturele
factoren.
Erkenning van de diversiteit
van de groepen, die hun stem verheffen in het werk van arbeidspastoraat
DISK en in de discussies waarin we meedoen, zorgt voor een breder perspectief
en grondiger analyses. Tegelijk zorgt ze voor een complex van - soms elkaar
tegenwerkende - perspectieven. Anders gezegd: het wordt er leuker en eerlijker
op, maar niet gemakkelijker. En dan gebiedt de eerlijkheid te zeggen we
nog maar mondjesmaat aandacht hebben voor racisme, diversiteit in kleur
en etniciteit.

Spiritualiteit
als middel
Een derde ontwikkeling
die zich aftekent in ons werk: we zijn spiritueler geworden. Niet omdat
we ons meer met 'geestelijke' zaken zijn gaan bezighouden of minder met
de voeten op de grond staan. Het 'materiële' en 'alledaagse' is altijd
belangrijk geweest in het arbeidspastoraat. Pastores die op de werkvloer
rondlopen en optrekken met mensen met een uitkering, zien het belang van
geld, eten, onderdak, gezondheid. Ze kunnen niet alleen bekommerd zijn
om het 'geestelijk' welzijn. Of, beter gezegd, ze kunnen een heilloze
splitsing tussen lichaam en geest niet accepteren.
Met "spiritueler"
bedoelen we dat we meer aandacht besteden aan inspiratiebronnen, motivatie,
"weten waar je het ook alweer voor doet". Pastores en andere werkers hebben
een eigen spiritualiteit nodig om hun werk te kunnen ontwikkelen en vol
te kunnen houden. Een streven naar een grotere rijkdom in uitingsvormen
en aandacht voor symbolen en rituelen hoort daar ook bij. Daarom vierden
we het 25-jarig jubileum met een oecumenische viering.
In ons netwerk is
een toenemende behoefte merkbaar aan theologische bezinning en studie,
voortkomend uit verschillende motieven. We zoeken als kerkelijke werksoort
voortdurend naar een theologische en kerkelijke plaatsbepaling. Die behoefte
komt uit ons eigen werk voort, waarin we met maatschappelijke veranderingen
te maken hebben die ons voor andere vragen en problemen stellen. Ze heeft
ook te maken met veranderingen in de rooms-katholieke kerk en protestantse
kerken op plaatselijk, regionaal en landelijk niveau. We proberen de ervaringen
van werkers in het arbeidspastoraat theologisch te doordenken en te zoeken
naar een eigen theologische bijdrage.
Ook stellen we ons
systematisch de vraag welke bijdrage theologie en theologen kunnen leveren
aan de doordenking van economische vraagstukken. In de uitleiding van
de bundel 'De economie als Juggernaut' wordt duidelijk hoe verschillend
de antwoorden op die vraag zijn. Kijkend vanuit het arbeidspastoraat kunnen
we die theologische bijdrage niet alleen zien als bijdrage aan een moreel
debat over 'wat wel en niet mag' of 'wat goed en slecht is'. In ons werk
gaat het ook om de vraag naar betekenisgeving en identiteit. Met woorden
van onze bestuurder, de theoloog Toine van den Hoogen: "de fundamentele
vragen van het waarom en het waartoe: wat beweegt ons ten diepste, waarop
stellen wij ons vertrouwen en wat is onze zin-oriëntatie?". Oftewel:
in welke god(en) geloven we? Die vraag vormt tegelijkertijd een aanzet
tot kritische reflectie op ideologie, economie en religie.

Door
wiens ogen kijk je?
Deze ontwikkelingen
betekenen niet dat we "terugkruipen in het bescheiden hok van zingevingsvraagstukken".
Sommige deelnemers aan de in het najaar in het dagblad 'Trouw'
gevoerde discussie over het kerkelijk spreken rond politiek en economie
lijken dit te verlangen van kerkelijke organisaties zoals DISK. Ze betekenen
eerder dat we zingevingsvragen mee willen nemen de economie en de politiek
in.
Een spannende vraag
is waar het besef toe leidt dat onze analyses, overtuigingen en daden
gebonden zijn aan de posities die we innemen, aan onze belangen en motieven,
aan het perspectief dat we kiezen. Leidt het serieus nemen van dilemma's
en het niet meer zo gemakkelijk zeggen "zo is het, zo moet het" tot minder
strijdbaarheid? Of worden we minder betrouwbaar voor degenen die in DISK
een bondgenoot zoeken (en soms vinden)?
Hielke Wolters geeft
in 'Trouw' het belang aan van moreel beraad en gesprek in kerken,
juist tussen mensen in verschillende posities. Hij benoemt als specifieke
inzet van DISK, dat we blijven vragen naar hoe het de mensen vergaat die
in de meest afhankelijke posities zijn geraakt, de zijkant en onderkant
van het economische succesverhaal.
We vertellen juist
met opzet zo dat duidelijk wordt dat het nogal wat uitmaakt door wiens
ogen je kijkt en in wier schoenen je staat. Wiens waarheid heeft gezag?
Wiens woord telt? Juist het besef dat waarheid een partijdige zaak is,
maakt het extra belangrijk elkaar uit te dagen om de eigen positie, de
eigen blinde vlekken en de eigen mogelijkheden tot verandering te onderzoeken.
|
"Steeds
meer slaat de schrik je om het hart. Economisch gaat het goed met
ons, zo laat de regering en de door haar geschreven Troonrede ons
vermoeden. Arbeid die economisch rendement oplevert lijkt hiervoor
toonaangevend te zijn. Als we een totale analyse van onze samenleving
maken ontdekken we snel dat economie slechts een deelaspect is.
De grote vraag is: hoe zou onze maatschappij eruit zien als er geen
zorg-waardig-werk werd verricht? Of anders - eerlijker - gevraagd:
wanneer wordt zorgwaardig werk ook gehonoreerd, heel concreet in
economische termen uitgedrukt?"
Zr.
Florentina van Calsteren, voorzitter van de Samenwerking Nederlandse
Vrouwelijke Religieuzen, in de aanbeveling van de brochure 'Zorg
waardig werk'.

|
Geen
blauwdruk maar kritische grens
In onze verhalen ontwikkelen
we niet in de eerste plaats eigen economische alternatieven, technische
hervormingen of politieke modellen van interventie. Onze bronnen, de Joodse
en christelijke tradities en verhalen bevatten op dit punt geen blauwdruk
van een betere maatschappij of van een hogere moraal. Deze tradities denken
na over grenservaringen, opgedaan in een geschiedenis van God met mensen.
Vanuit een levende herinnering van ervaringen, verhalen en confrontaties
brengen zij met nadruk naar voren hoe individuen of groepen mensen reageren,
als zij in hun alledaagse (over)leven ernstig bedreigd worden. Telkens
weerklinkt de oproep om bepaalde grenzen niet te overschrijden.
Bijvoorbeeld hoe de
aantasting van natuur en milieu het leven van de toekomstige generaties
bedreigt. Of hoe de tweedeling tussen mensen met een baan en mensen zonder
baan grote verschillen oplevert in perspectieven. Of het signaal dat de
flexibilisering binnen het arbeidsbestel en de toenemende druk steeds
meer de maat van de gewone mens overstijgen.
Noten:
1. Paula Irik,
'Slokjes woede, verlangen, plezier en twijfel', in: 'OndersteBOVEN',
uitgave van DISK, 11(1997) pp 12-14.
2. Gerard van
Eck en Greetje Witte Rang, 'De geloofsbrief over de economie revisited',
in: 'De moderne economie als Juggernaut. Het debat over geloof
en economie' onder red. van Herman Noordegraaf, e.a., uitg. Kok
te Kampen samen met MCKS te Driebergen, 1997, pp 213-216.
3. Willem Breedveld
en Jan Greven, 'De kerk spreekt als een leek die zijn auto naar
de garage brengt', in: 'Trouw' van 8 december 1997.

Naar
andere signalementen
|