|
BERICHTEN
REACTIE
REGEERAKKOORD MEI 2003
Iedereen
is gelijk; alleen de sterkeren zijn gelijker
Tegenstrijdige
vooruitzichten
Over de rug van de economisch zwakkeren
Een kabinet met een a-sociaal gezicht
Het motto 'Meedoen,
meer werk, minder regels' van het kabinet CDA, VVD en D66, dat in de steigers
staat is uitdagend. Tegelijk doemt de vraag op of die uitdaging zich richt
tot alleen de economisch sterkeren in onze maatschappij of ook tot de
zwakkeren. Het antwoord op die vraag bepaalt het sociale gezicht van dit
beleid en de maat van beschaving van ons land. De mate van beschaving
komt tot uitdrukking in hoezeer de toegang tot de algemene voorzieningen
voor iedereen geldt. Aangezien in de komende jaren die toegang vooral
voor de economisch sterkeren gaat gelden, is te vrezen dat de ondergrens
van beschaving aangetast gaat worden.
Tegenstrijdige
vooruitzichten
Ondanks economische tegenwind, waardoor er bijna 13 miljard bezuinigd
moet worden, belooft het Hoofdlijnenakkoord dat er flink vooruitgang geboekt
zal worden in de problemen, waarmee de samenleving kampt. Zoals daar zijn
de kwaliteit van de democratie, de publieke dienstverlening, de veiligheid,
het verbeteren van onderwijs en zorg. Wie een historisch geheugen heeft,
weet dat die belofte slechts voor de economisch sterkeren zal gelden.
Oorzaken en voorgestelde oplossingen sluiten niet op elkaar aan. De oorzaken
hebben te maken met structurele economische ontwikkelingen en wereldwijde
recessie, maar de voorgestelde oplossingen worden vooral op individuen
en de collectieve sector gericht.
In de grote economische crisis van begin jaren tachtig tot medio jaren
negentig is er ook door de toenmalige kabinetten bezuinigd, vooral op
de collectieve sector en de sociale zekerheid. Tussen 1977 en 1998 werd
38 miljoen gulden ofwel 17,2 miljoen euro bezuinigd op de sociale zekerheid,
waardoor de minimuminkomens een achterstand van 15% in koopkracht opliepen
ten opzichte van de marktsector. Het tegelijkertijd fors bezuinigen op
de collectieve sector heeft geleid tot het uithollen van de zorg, het
onderwijs, de veiligheid, het openbaar vervoer, de welzijnssector. Het
recept van forse bezuinigingen leidt tot herstel van de economie - dat
is bewezen - maar leidt ook tot uitholling van de collectieve sector en
het ontstaan van een harde structurele kern van armoede. Dat is ook bewezen.

Over
de rug van de economisch zwakkeren
Het akkoord staat wederom vol met akelige vooruitzichten voor de economisch
zwakkere en kwetsbare groepen burgers van Nederland waaruit blijkt dat
de bezuinigingspijn onrechtvaardig verdeeld wordt.
De WAO wordt herzien en ongeveer 210.000 mensen zullen herkeurd worden
en versneld afglijden naar het bijstandsniveau. De Werkloosheidsregeling
wordt herzien en werklozen zullen versneld afglijden naar het bijstandsniveau.
Vanwege de economische crisis zullen uitkeringen en lonen in de collectieve
sector minstens een procent minder stijgen dan het inflatieniveau. De
huursubsidie wordt verlaagd. Er is een nieuwe Wet Werk en Bijstand in
voorbereiding, die de gemeenten de gelegenheid geven om het niveau van
het inkomen te verlagen. Deze Wet kent immers wel een - te laag - plafond,
maar geen vloeren. Wel kent deze Wet een werkplicht en moeten mensen gangbare
arbeid aanvaarden. En de Wet verbiedt gemeenten om categoriaal armoedebeleid
te voeren. Weg toeslagen voor bepaalde groepen. Gaan we het zorgniveau
van de publieke ruimte nu aanpakken met de verplichte tewerkstelling van
de economisch kwetsbaren en op de arbeidsmarkt minder gewilde mensen?
Het lijkt er wel op.
Het nieuwe kabinet gaat regels verminderen. Wie de teksten leest merkt
dat dit geldt voor ondernemingen, geprivatiseerde collectieve taken, burgers
met een betaalde baan, en rijkere burgers. De mensen op het laagste niveau
krijgen juist meer regels: arbeidsongeschikten krijgen te maken met een
strengere nieuwe verlengde ziektewetperiode, werklozen met strengere reïntegratieregels
en mensen in de bijstand met een strengere nieuwe werkplicht. En dan moet
je maar afwachten of de belofte van meer betaald werk wordt waargemaakt.
Gezien het economische neergaande tij zit dat er niet in. Want bij neergang
krimpen ondernemingen hun flexibele werkdeel en juist daar vinden de laagste
inkomensgroepen hun werk.
Het kabinet belooft verder hogere kosten in de vorm van eigen bijdragen
voor de burgers bij de zorg, het onderwijs, de veiligheid en het openbaar
vervoer. De versmalling van het ziekenfondspakket, het nog verder verhogen
van de nominale premies en het invoeren en verhogen van eigen bijdragen
in het zorgstelsel zullen zeer negatief uitpakken voor de inkomenspositie
en gezondheid van mensen met de laagste inkomens. Bijverzekeren is voor
die groepen geen reële keuze. Zij zullen daarom van sommige middelen
en behandelingen verstoken blijven, waardoor de sociaal-economische gezondheidsverschillen
nog groter zullen worden. Voor andere middelen en behandelingen moeten
zij meer zelf gaan betalen, waardoor zij in grote financiële moeilijkheden
kunnen komen en waardoor de inkomensverschillen nog groter zullen worden.
Een beschaafd land moet de toegang tot een basisbehoefte als goede gezondheidszorg
voor iedereen garanderen. Dat komt nu verder onder druk te staan.
Krijgen die lagere inkomens er iets voor terug? Ja, de gebruikers van
woningen hoeven geen onroerend goed belasting meer te betalen. Levert
dat soelaas op? Welnee, de gemeenten die de Wet Werk en Bijstand moeten
uitvoeren zien de tekorten op de sociale zekerheid al gloren. Als ze te
weinig inkomsten hebben uit de onroerendgoedbelasting gaan ze de gemeentelijke
belasting en heffingen verhogen. En om de kas sluitend te houden zal het
vrijstellingenbeleid herzien dan wel afgestoten worden. Dat is de volgende
inkomensachteruitgang.

Een
kabinet met een a-sociaal gezicht
Het nieuwe kabinet belooft de laagste inkomens via de belastingsfeer te
compenseren voor de hogere kosten. Die belofte heeft een beetje de sfeer
van voor een euro belasten en met een dubbeltje compenseren. In de afgelopen
tien jaar, waarin zeven vette jaren van economische groei, steeg het gemiddelde
inkomen van een huishouden met 0,8% per jaar, terwijl dat van de arme
huishoudens toenam met 0,3%. In deze jaren is de investering in onderwijs,
zorg en andere publieke zaken betaalt uit het overschot dat behaald werd
op de begroting van de sociale zekerheid, terwijl extra investeringen
uitbleven. Als in voorspoedige tijden de private en publieke armoede al
toeneemt, hoe zeer zal dat dan in de komende tegenvallende jaren het geval
zijn? Je kan over dit kabinet van alles zeggen, maar een sociaal gezicht
heeft het zeker niet.
Arbeidspastoraat
DISK en werkgroep Arme Kant van Nederland/EVA
19 mei 2003

|
|