|
PROJECTEN
ARBEIDSPASTORAAT,
KERK EN LANDBOUW
Ervaringen
van een agrariër 'in de WAO'
Inleiding
Gevecht tegen de papieren regels
Een rugzak gevuld met levenskracht
Sociale voorzieningen voor agrariërs
Voor mij op tafel
in de boerderij ligt een folder over de sociale zekerheid voor agrariërs.
Het is een gedegen opsomming van wetten en hun uitwerking, geschreven
door de Werkgroep Landbouw en Armoede. Tegenover mij zit Herman Reimert
(51 jaar). In het gesprek met hem worden de wetten ervaringen en de uitwerkingen
ervan, gevechten tegen instanties. "Een mars door de hel", aldus
Herman Reimert.
Richard de Keyzer,
arbeidspastor
OndersteBOVEN / Raderwerk, 17(2003)1
Inleiding
"Op mijn 21ste
heb ik de boerderij van mijn ouders overgenomen. Het was hard werken en
zuinig zijn, maar ik genoot van de uitdaging. De melkveehouderij groeide
in een aantal jaren tot zo'n 70 koeien. Tot 1984, dat was het jaar van
de superheffing. Ik ben toen blijven steken op ongeveer 50 melkkoeien
en jongvee. In die tijd ben ik ook begonnen met een hondenkennel. Ik had
plannen om 'achter' gestaag door te groeien. 'Voor' eiste echter al mijn
aandacht op."
De jaren '86 tot '90 zijn het best te typeren als wat wij tegenwoordig
intensieve mantelzorg noemen. Herman was dag en nacht druk vanwege ziekte
en overlijden in zijn naaste omgeving. Daar ging al zijn energie in zitten.
Het bedrijf leed onder de situatie. Het groeide niet meer, zaken bleven
liggen en Herman deed het werk 'achter' zonder bezieling. Maar zijn privé-situatie
vroeg al zijn aandacht en dat vond hij veel belangrijker.
Na deze zware jaren moest hij zien dat hij weer op de been kwam. "Ik
stortte mij op mijn werk. Misschien was dat wel een vlucht, maar de boerderij
gaf me houvast en ritme. Ik stond dicht bij de natuur en het contact met
de dieren gaf mij troost. In 1990 en '91 heb ik het bedrijf gerenoveerd.
Door die hoge investeringen en ten gevolge van de situatie in de voorgaande
jaren had ik in die tijd een laag inkomen. Dit was juist in een periode
dat de rest van de melkveehouders goed verdiende."
In 1992 kreeg Herman Reimert last van zijn rug. Fysiotherapie bood eerst
nog uitkomst maar halverwege '93 werd duidelijk dat de therapeute niets
meer voor hem kon doen. De boerderij werd grotendeels door de bedrijfsverzorging
gerund. "Een landbouwbedrijf is eigenlijk een familiebedrijf. Zolang
het goed gaat, kun je het wel alleen af maar als je gezondheid slecht
is, dan gaat het echt niet. Soms lag ik urenlang op de vloer van de afkalfstal
omdat ik weer onderuit was gegaan. Samen met de bedrijfsverzorging heb
ik gezocht naar mogelijkheden om het bedrijf in zijn geheel voort te zetten.
Maar mijn rug was toch steeds het breekpunt."

Gevecht
tegen de papieren regels
"Op 9 september
1993 heb ik het moeilijke besluit genomen om de melkveehouderijtak van
het bedrijf af te stoten. Ik heb diezelfde dag een aantal mensen op de
hoogte gesteld. En binnen een week had ik op zakelijk gebied alles geregeld.
Het kostte me veel moeite om mijn dieren, die mij zoveel troost gaven,
los te laten. Met behulp van de nodige pijnstillers heb ik alle dieren
zelf in de vrachtwagen geleid. Dat laatste stukje wilde ik ook met hén
gaan."
Herman was lichamelijk en geestelijk behoorlijk aan het einde van zijn
latijn, te ziek om nog te kunnen werken. Sinds jaar en dag had hij een
arbeidsongeschiktheidsverzekering lopen bij Interpolis. Nu puntje bij
paaltje kwam, gaven ze echter niet thuis. "U heeft geen verzekerbaar
belang meer", was hun argument. "Als er geen positief inkomen
is (en dat was er niet meer na het afstoten van de melkveehouderijtak)
hoeven we niet uit te betalen." In 1993 heeft hij ook een WAZ-uitkering
(Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen) aangevraagd. De officiële
termijn van afhandeling is 17 weken. Na bijna twee jaar kreeg hij pas
antwoord, negatief.
"Ik kreeg geen uitkering toegewezen omdat er door het lage inkomen
van de laatste jaren theoretisch gezien nog voldoende functies waren te
duiden waarin ik net zo veel kon verdienen als in de laatste jaren van
mijn bedrijf. Er was dus geen verlies van verdiencapaciteit en dan ben
je volgens de wet ook niet arbeidsongeschikt. Deze regelgeving pakt onrechtvaardig
uit voor veel agrariërs omdat ongeveer de helft van de bedrijven
momenteel onder het minimum verdient of met verlies draait."
Inmiddels had hij in de jaren '94 tot '97 met heel veel hulp van vrienden
en familie het bedrijf aangepast aan zijn beperkingen. De hondenkennel
werd uitgebreid, er kwamen mestrunderen, en een deel van de boerderij
werd verhuurd om toch weer een positief inkomen en dus een verzekerbaar
belang te krijgen.
"Juist als je op je zwakste moment bent moet je eigenlijk sterk zijn.
Je moet knokken als je het eigenlijk niet kunt. Dat is vreselijk moeilijk.
Ik heb het er echter niet bij laten zitten en heb er via mijn rechtsbijstandsverzekering
een rechtszaak van gemaakt. Het is een getouwtrek van jaren geworden.
In augustus '97 werd de GUO (die de WAZ-uitkering regelde) in het ongelijk
gesteld. Mensen van het WAO-beraad zijn met mij meegegaan naar de herkeuring.
Ik werd voor 80 tot 100% afgekeurd. Interpolis ging niet mee in deze uitspraak.
Ze bleven weigeren om uit te keren. Dat betekende dus nog eens jaren van
brieven schrijven en organisaties inschakelen. Uiteindelijk kwam Interpolis
in 1999 met een schikkingsvoorstel. Ze boden 30% van het verzekerde bedrag
met terugwerkende kracht tot 1995. Ik ben akkoord gegaan. Niet omdat het
bedrag recht doet aan mijn situatie maar omdat ik rust wilde."

Een
rugzak gevuld met levenskracht
"Al die jaren
dreef ik op mijn wilskracht, het instinct om te overleven. Zo'n bikkelhard
gevecht overleef je ook alleen als je daarin gesteund wordt. Veel steun
heb ik ervaren bij lotgenoten zoals de mensen van het WAO-beraad, stichting
GAOS (gedupeerde arbeidsongeschiktheids slachtoffers) en de ZOB (Zelf
Organisatie van Bedrijfsbeëindigers)."
Inmiddels kan Herman iets terugdoen voor de steun die hij heeft ontvangen
van lotgenoten. Een van de dingen waar hij voor knokt is de onrechtvaardige
situatie dat er alleen naar regeltjes wordt gekeken en niet naar mensen.
"Er is veel gebeurd in mijn leven. Het was een harde leerschool en
ik ben er beschadigd maar op bepaalde punten ook sterker uitgekomen. Ik
ben een gezegend mens want ik heb bij mijn geboorte een rugzak vol met
levenskracht meegekregen. Daar put ik nog elke dag uit."

|
Sociale
voorzieningen voor agrariërs
1.
Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen - Bbz Hierop kan aanspraak
worden gemaakt als inkomen op het agrarisch bedrijf onvoldoende
oplevert voor de kosten van levensonderhoud en de financiële
verplichtingen. Na onderzoek door een deskundige naar de levensvatbaarheid
van het bedrijf, kan de gemeente waarin men woont bijstand verstrekken
in de vorm van bedrijfskapitaal als lening en/of periodieke uitkering
voor levensonderhoud.
2. De wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen - IOAZ Dit is een sociale voorziening voor
hen die het bedrijf willen beëindigen, vanwege ouderdom of
arbeidsongeschiktheid.
3. De wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen - WAZ. De WAZ is een
verplichte verzekering voor zelfstandigen tegen de financiële
gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
4. De wet sanering natuurlijke personen - WSPN (is van toepassing
op het moment dat men geen zelfstandig ondernemer meer is). Deze
wet heeft betrekking op zelfstandige boeren of tuinders die gedwongen
hun bedrijf beëindigen.
5. Uiteindelijk de Algemene bijstandswet - ABW, als na bedrijfsbeëindiging
geen van bovengenoemde wet- en regelgeving van toepassing is.
|

Terug
naar openingspagina arbeidspastoraat, kerken en landbouw
|