PROJECTEN
Het is belangrijk
dat mensen zich in tijden van crisis gesteund voelen door de kerk. Een
hart onder de riem voor boeren wiens bedrijf geruimd is tijdens de vogelpest
kan een wereld van verschil maken in de verwerking van ervaringen. Vanuit
haar werk bij de Dienst Kerk en Samenleving in het bisdom Roermond is
Alice Frijns-Stassen als pastoraal adviseur verbonden aan de Limburgse
Land- en Tuinbouwbond. Zij zorgt voor een goede samenwerking tussen de
kerk en de Limburgse samenleving. "Tijdens de MKZ
crisis heb ik me behoorlijk alleen gevoeld! We mochten nergens naar toe,
geen visite ontvangen, niks. Hoor ik ook nog dat de pastoor preekt over
de nadelen van de intensieve veehouderij! Nou die beschuldigende vinger
vanuit de kerk, daar zaten we echt niet op te wachten. Hij had beter kunnen
vragen hoe het met ons ging." Wanneer je regelmatig bovenstaande verhalen uit de praktijk hoort, heb je de neiging om meteen met allerlei acties te beginnen. Hier iets doen, daar iets regelen, zelf er op af gaan, maar je vervalt dan gauw in het van boven af organiseren van "leuke dingen voor de mensen". Teleurstelling bij te geringe belangstelling ligt om de hoek. Vanuit mijn werk bij de Dienst Kerk en Samenleving in het bisdom Roermond ben ik als pastoraal adviseur verbonden aan de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB). De LLTB is een standsorganisatie waarbij belangenbehartiging en dienstverlening berusten op een christelijke (evangelische) visie op mens en samenleving. Mijn opdracht is een goede samenwerking op te bouwen tussen de kerk en de Limburgse samenleving, in dit geval de LLTB. Op deze manier vertegenwoordig ik de kerk in de samenleving en omgekeerd kan ik de ervaringen van de samenleving inbrengen in de kerk. Concreet betekent dit dat ik samen met de organisatie de praktijkverhalen vertaal in beleid. En wel via twee sporen. Enerzijds vanuit de kerk naar de organisatie, anderzijds vanuit de organisatie naar de kerk toe. Enkele keren per week
zit ik met boeren, tuinders, bestuurders en medewerkers van de LLTB rond
de tafel. Hier hoor ik de verhalen en raak ik betrokken bij hun voor-
en tegenspoed. Doelbewust heb ik er voor gekozen om allereerst te luisteren
naar wat er leeft en probeer ik me in te leven. Dat vergt veel tijd en
geduld. Vaak moet je de diepere vragen 'te voorschijn luisteren'. De boerenstand
loopt niet te koop met de problemen. Vervolgens probeer ik die alledaagse
verhalen te duiden en de diepere grond erachter bespreekbaar te maken.
Niet bedreigend of op een manier dat mensen zich voorwerp van hulpverlening
voelen, maar begrijpend en aanmoedigend om verder te vertellen. Dat kan
alleen maar gebeuren in een sfeer van gelijkwaardigheid, vertrouwen en
respect. Als gesprekspartner mag ik meedenken, initiëren en enthousiasmeren.
Wil de kerk haar dubbele
functie van het geven van troost in tijden van crisis en tegenslag (comfort)
en het stellen van kritische en uitdagende vragen (challenge) goed kunnen
vervullen, is het tweede spoor zeker nodig. Zowel incidenteel als structureel
kan de kerkelijke organisatie leren van de ervaringen en verhalen aan
de basis. Ik geef een voorbeeld ter illustratie. Terug naar openingspagina arbeidspastoraat, kerken en landbouw |