PROJECTENRentmeesterschap in de landbouw Door Trinus
Hoekstra Klik hier om onderstaand artikel als Word-document te downloaden. Dankdag
en prijzenslag Landbouw speelt zich vandaag de dag nadrukkelijk af in het krachtenveld van markt, overheid en burgerlijke samenleving, de zogenaamde civil society. Dat krachtenveld gaat gepaard met vele spanningen en om iets daarvan gelijk maar zo duidelijk mogelijk te maken, start ik met een column die ik rond de afgelopen dankdag voor gewas én arbeid schreef voor het landbouwblad 'Oogst'. Dankdag en prijzenslag "Niet voor schuren
die niet duren" moeten de supermarkten gedacht hebben toen ze zo
ongeveer een maand geleden de prijzenslag begonnen. Zo leek je als consument
op dankdag in ieder geval een goede oogst binnen te hebben: de keukenkast
vol met goedkope producten. Als consumenten konden we daarom menen op
dankdag gezang 350 uit het Liedboek voor de Kerken uit volle borst mee
te kunnen zingen. In dat gezang vindt u namelijk deze aanhef "niet
voor schuren die niet duren" aan het begin van het tweede couplet.
Het woord rentmeesterschap gebruik ik hier in de betekenis van het zorgdragen voor de continuïteit en ontwikkeling van de ons omringende materiële wereld. Tegenwoordig duiden we deze zorg ook aan met de term 'duurzaamheid'. Hierbij wil ik overigens ook direct wijzen op de term 'partnerschap', want naast rentmeesterschap brengt partnerschap ons te binnen dat we levend en werkend in de ons omringende materiële werkelijkheid deel uitmaken van een omvattend ecosysteem. We kunnen onszelf er niet buiten of boven plaatsen zonder afbreuk te doen aan het feit dat we via iedere vezel met dit systeem verbonden zijn, er afhankelijk van zijn en er niet zonder gevolgen voor onszelf schade aan kunnen berokkenen. Ik wil het woord rentmeesterschap hier echter vooral in verband brengen met een spanningsveld dat de evangelist Matheus Jezus in de bergrede op de spits laat drijven. In Matheus 6 klinken in vers 24 de woorden 'Je kunt niet God én Mammon dienen' en even later in vers 32 luidt het 'Zoekt dan eerst het Koninkrijk van God en de gerechtigheid die daar bij hoort'. In de tekst gaat het om het toetsen van toewijdingen. De Mammon verschijnt er als de afgodische gestalte van bezit. Mammon betekent letterlijk 'datgene wat vastigheid biedt'. Het bezit suggereert een definitieve oplossing te zijn voor de zorgen in verband met de primaire materiële behoeften bevrediging inzake eten, drinken en kleding. Jezus wijst er echter op dat de Mammon in plaats van vastigheid te geven, je bestaan zal ondermijnen, je bezit zal het centrum worden van je bestaan, van je zorgen en zal je afleiden van de zorg over de welvaart en het welzijn van de anderen, de gemeenschap, het zal je opsluiten in een kortzichtig eigenbelang. De tekst schept ruimte voor het bewust worden van toewijdingen, van spanningsvelden tussen die toewijdingen en de daarmee samenhangende complexiteit van de keuzes in mensenlevens en de inrichting van de samenleving. De toewijding aan God neemt in het tekstgedeelte gestalte aan in het zoeken van de gerechtigheid van het Koninkrijk van God. Deze gerechtigheid is in het bijbelse taalveld een gemeenschapsbegrip. De ijkpunten voor dit begrip worden gevonden in de positie van de meest kwetsbaren: de weduwe, de wees en de vreemdeling. Wij zouden daar tegenwoordig het milieu als de letterlijk dragende grond van ons bestaan onmiddellijk aan toevoegen. In de bijbel zelf vindt die ecologische inclusie ook plaats wanneer de verwachting van de messiaanse heerschappij ter sprake komt met begrippen als het 'jubeljaar' en 'het aangename jaar des heren'. In het kader van deze begrippen impliceert het herstellen van de gerechtigheid niet alleen dat scheef getrokken maatschappelijke verhoudingen hersteld worden, maar ook dat een uitbuitende omgang met de grond, de planten en de dieren wordt tegen gegaan. Kortom wanneer de sociale en ecologische randvoorwaarden voor de heelheid van de mensengemeenschap geschonden worden dan is daarmee de gerechtigheid van het Koninkrijk van God geschonden. Deze samenhang van de sociale en ecologische dimensie heeft Peter Osendarp, arbeidspastor in het bisdom Breda, begin 2003 goed onder de aandacht gebracht met het boek 'De Rentmeester, de Boerin en de Aarde', verkrijgbaar bij landelijk bureau DISK. Vanuit dit gerechtigheidsbegrip worden de Mammon en zijn domein, bezit en behoeften bevrediging opgevat als een instrument. De gerechtigheid van het Koninkrijk van God vormt als het ware het perspectief met het oog waarop de Mammon dienstbaar zal moeten zijn aan de huishouding van de maatschappelijke behoeften bevrediging, de economie. Het bijbelse visioen stelt ons een samenleving voor ogen waarin de economie nadrukkelijk binnen het kader van de gerechtigheid opereert, waarin de economie de wet gesteld wordt en haar plaats gewezen krijgt. Wij leven echter in een samenleving waarin de maatschappelijke behoeften bevrediging, de economie, overheerst wordt door dominante waarden als rendement en efficiëntie. De economie vormt met deze waarden in sterke mate zelf de morele grondslag van onze samenleving. De waarden van efficiëntie en rendement stellen haar de wet en wijzen de plaats aan de zogenaamd 'overige' zaken. Het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in het hedendaagse woordgebruik impliceert dan dat, niet zozeer chronologisch als wel systematisch gedacht, de p van profit (van winst) voorop gaat en dat de p's van planet en people (van respectievelijk ecologische en sociale waarden) daarop volgen. In een dergelijke samenleving is een bezinning op de verhouding van geloof en economie, of op de verhouding van geloof en consumeren, dan wel geloof en produceren een dubbelzinnige aangelegenheid, omdat we zelf als consumenten en producenten volop deel hebben aan deze samenleving en daarmee de invloed van de dominante economische waarden ook volop ondergaan. We kunnen onszelf en onze samenleving, zoals we ons momenteel bevinden in een mondiale kapitalistische maatschappij, niet buiten de invloedssfeer van die dominante economische waarden plaatsen. We zullen ze hoe dan ook tegenkomen in leven en werken, in produceren en consumeren en we zullen ze hoe dan ook het hoofd moeten bieden. Hierbij is de betekenis van een evangelisch geradicaliseerd rentmeesterschap dat het ons oog scherpt voor deze krachtenvelden en spanningen en ons te binnen brengt dat anno 2003 de sociale en ecologische dimensies van de gerechtigheid op het spel staan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Na deze bijbelse verkenning
wil ik kort aandacht schenken aan een fenomeen in onze samenleving dat
niet alleen in de plannen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(LNV), maar ook in die van de Landelijke Land- en Tuinbouw Organisatie,
LTO, een belangrijke rol speelt. Dat is het fenomeen van het eerder aangehaalde
Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Dit fenomeen speelt een
belangrijke rol in de waarneming van het ministerie en van de LTO voor
wat betreft ontwikkelingen in de samenleving en hoe met de eigen plannen
in te spelen op die samenleving. Samenhangende verantwoordelijkheden In het kader van MVO
kan deze driehoek ook nog op een andere manier worden belicht, namelijk
vanuit het reeds eerder genoemde Triple-P-principe van profit, planet
en people. Bij dit principe gaat het om drie samenhangende verantwoordelijkheden
die echter ieder op zich als primaire verantwoordelijkheid in de afzonderlijke
hoeken van de samenleving neergelegd kunnen worden. Zo is de overheid
primair verantwoordelijk voor de collectieve en publieke goederen, waaronder
ook het milieu (planet). Vervolgens is het bedrijfsleven verantwoordelijk
voor het genereren van winst en welvaart (profit). De burgerlijke samenleving
tenslotte is primair verantwoordelijk voor de sociale en morele cohesie
van de samenleving (people). Evenwel in de samenhang van de drie p's gaat
het om een gedeelde verantwoordelijkheid. MVO nu bestaat er uit dat ondernemingen
niet alleen worden aangesproken op hun primaire verantwoordelijkheid (alleen
voor profit), maar ook op hun gedeelde verantwoordelijkheid (dat wil zeggen
voor de samenhang van planet, profit en people). Het vertrouwen, dat de overheid op grond van de betekenis van de reputatie voor ondernemingen geeft aan de eigen ontwikkelingskracht van MVO, vooronderstelt evenwel een specifieke maatschappelijke constellatie. In onze maatschappij kan de overheid het zich permitteren om als tegenspeler van de markt op de achtergrond te blijven, omdat een andere tegenspeler meer op de voorgrond is getreden. Onder invloed van een groot aantal verschillende non-gouvernementele organisaties (NGO's) is de burgerlijke samenleving in de loop van de jaren '90 een forse tegenspeler van de markt geworden. Belangrijke tegenspelers voor de agrarische sector zijn bijvoorbeeld de NGO's die zich richten op het milieu, dierwelzijnsvragen, voedselkwaliteit, voedselveiligheid en aspecten van de ontwikkelingsthematiek. Deze NGO's kunnen op grond van hun specfieke expertise inzake bepaalde onderwerpen en een breed draagvlak in de burgerlijke samenleving, de reputaties van ondernemingen maken of breken. Wat dit betreft kennen we allemaal ook de bekende voorbeelden van Shell met de Brentspar-affaire en Albert Heijn met de recente affaire rond de exorbitante beloning van de nieuwe Ahold-topman. Daarnaast valt natuurlijk ook te denken aan de agrarische sector zelf. Deze sector heeft in verband met een toenemende gevoeligheid in de samenleving op het punt van milieu-, dierwelzijnsvragen en vragen rondom de voedselkwaliteit en voedselveiligheid te maken met een aantal risico's wat haar reputatie betreft. De LTO maakt daarom tegenwoordig ook veel werk van het voorlichten en stimuleren van agrariërs met het oog op MVO-praktijken. Dit gebeurt omdat men zich realiseert dat deze sector, waarin voor de samenleving duidelijk herkenbare grondstoffen en producten gemaakt worden, op een gevoelige wijze afhankelijk is geworden van een goede reputatie in de samenleving. Goede voornemens en knelpunten Ik wil nu een korte
rondgang maken langs de goede voornemens van het ministerie van LNV. Deze
rondgang heeft tegelijk het karakter van een ontdekkingstocht wat betreft
de verschillende spanningsvelden en knelpunten bij de vernieuwingen in
de landbouw. Volgens het ministerie
is het niet alleen zaak om de productie in de richting van duurzaamheid
te sturen, maar ook om het consumentengedrag te beïnvloeden, bijvoorbeeld
door de consument in staat te stellen zich goed te informeren over de
herkomst van producten, het productieproces en de kwaliteit van het eindproduct,
zodat deze verantwoorde keuzes kan maken. Aan het eind van deze
korte rondgang moeten we constateren dat de genoemde voornemens van even
zovele knelpunten vergezeld gaan. Agrarisch ondernemen speelt zich met
recht af in het krachtenveld van overheid, markt en samenleving. Het algemene
dilemma dreigt hierbij voor de agrarisch ondernemer dat duurzaamheid door
overheid en samenleving worden gewenst, een duurzamere productie die met
hogere kosten gepaard gaat, terwijl ten gevolge van liberalisering, concurrentie,
marktwerking en daadwerkelijke eisen van de consument lage kostprijzen
de norm blijven. Ten aanzien van dit punt zullen we van de kerken mogen vragen en verwachten dat zij met deze messiaanse oproep het visioen levend zullen houden. Kerken kunnen daarbij in de onderhandelingssamenleving ook aftasten welke rol zij in de burgerlijke samenleving samen met allerlei andere NGO's zouden kunnen spelen. Lokaal of regionaal kunnen zij natuurlijk, zoals ook al op verschillende plekken gebeurt, het gesprek en de ontmoeting met agrariërs aangaan die zich aan MVO-praktijken wagen. Een goed aanknopingspunt voor dat laatste kan ook het genoemde LTO-project rond MVO zijn. In het kader van dit project is begin dit jaar de brochure 'Waar we voor staan' verschenen. De brochure schetst een aantal portretten van agrariërs die in relatie tot MVO tot vernieuwende praktijken zijn gekomen. Hier en daar brengt een agrariër ook zijn gelovige inspiratie ter sprake als inspirerende achtergrond bij zijn keuzes. Dergelijke portretten vormen een aardige spiegel voor wie bereid is zich de vraag te stellen wat op de eigen plek of ten aanzien van de eigen rol in de samenleving zijn of haar verantwoordelijkheid zou kunnen zijn in relatie tot de huidige vernieuwingen in de landbouw. Trinus Hoekstra is projectmedewerker bij Kerkinactie en mededirecteur van Landelijk Bureau DISK (Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken). Terug naar openingspagina arbeidspastoraat, kerken en landbouw |