Geslaagde
presentatie handboek, 10 september 2004
Hub
Crijns
Inleiding
Aanbieding
aan studenten en kerken
Grote
waardering van de voorlezers
Een
kerk zonder diaconie is geen kerk en diaconie zonder kerk geen diaconie
Gerechtigheid
en barmhartigheid
Met het handboek aan het werk
Op
vrijdag 10 september hebben ruim 120 mensen zich verzameld in de sfeervolle
kerkzaal van de Bergkerk te Amersfoort om de presentatie van 'Barmhartigheid
en gerechtigheid. Handboek diaconiewetenschap' mee te maken. De initiatiefnemers,
afkomstig uit de oecumenische Diaconale Studiekring en landelijk bureau
DISK, tonen vandaag met verve het werk van drie jaar noeste arbeid.
Aanbieding
aan studenten en kerken
Sake
Stoppels, voorzitter van de redactiegroep, vertelt hoe op initiatief
van Lútzen Miedema in november 2001 een groep mensen gestart
is met het concreet maken van een studieboek over diaconie. Het oogmerk
is om te komen tot een toegankelijk boek, dat oecumenisch breed te gebruiken
is en voldoende verkennend is om het brede veld van diaconale praktijken
en theoretische aanzetten te beschrijven. In bijna veertig sessies van
een halve of hele dag is de opzet van het boek gemaakt, zijn auteurs
erbij gevraagd, en is voortdurend het redactiewerk gedaan. Door deze
werkwijze vormt het boek een geheel, dat "best toonbaar is"
en naar we hopen "een waarachtige impuls zal zijn voor diaconaal
denken en handelen".
Vervolgens is het boek aangeboden aan vier personen, die de vele gebruikers
van het handboek representeren. Petra van Oosten is studente theologie
met als specialisatie diaconie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam;
Aloys Wijngaards is diaken en bisschoppelijk gedelegeerde voor de diakenopleiding
binnen het aartsbisdom Utrecht; Arnold van Heusden is directeur van
de Evangelische Alliantie, de koepel van evangelische kerken, groepen
en gemeenschappen; en Duca de Bruijn is hoofd van het diaconale en missionaire
programma van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

Grote
waardering van de voorlezers
Petra
van Oosten heeft het boek in de ontstaansfase als studente mee kunnen
lezen. Zij merkt in haar dankwoord op: "Diakoniek is niet alleen
een relevante wetenschap maar ook een mooi vak. Dat concludeer ik nu
ik aan het einde van mijn studie gekomen ben. Ik hoop dan ook van harte
dat dit boek studenten motiveert zich in dit vak te verdiepen en dat
het bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van de wetenschap die zich
richt op de presentie van het christelijk geloof in de samenleving.
Dat lijkt me van belang in een samenleving waarin het solidariteitsprincipe
steeds meer onder druk komt te staan en waarin kerken zich steeds meer
naar binnen richten."
Aloys Wijngaards heeft het boek gelezen vanuit zijn ervaring als docent
diaconie aan de kerkelijke opleiding van het aartsbisdom Utrecht. Opvallend
is zijn benadrukking van het oecumenisch karakter. "De diaconale
praktijk van de christenen in Nederland, heeft al op veel plaatsen feitelijk
een oecumenisch karakter. Daarom ben ik heel blij met dit oecumenisch
initiatief. Het maakt mijns inziens verdere dialoog, met respect voor
eigen accenten en visies, mogelijk. Voor de opleiding van priesters,
diakens en pastoraal werkers acht ik het Handboek een belangrijke vindplaats
van kennis, visies en inspiratie. Bij uitstek natuurlijk voor degenen,
die zich diaconaal willen profileren. Maar ook vrijwilligers, die zich
verder willen verdiepen, biedt dit boek een breed spectrum van mogelijkheden."
Duca de Bruijn herinnert in haar dankwoord aan de titel van het boek.
"In dat werk gaat het om Barmhartigheid en Gerechtigheid, het motto
van dit Handboek. Niet alleen barmhartigheid, niet alleen gerechtigheid.
Immers "schenk je heet water in glazen dan barsten ze; en door
alleen koud water barsten ze ook. Meng je het en schenk je het in glazen,
ze barsten niet." Een wereld geschapen met de maat van erbarmen
alleen, daarin zullen de zonden talrijk zijn. Een wereld geschapen alleen
met de maat van het recht kan niet bestaan. Daarom schiep God de wereld
met de maat van recht en de maat van erbarmen. Zonder diaconie geen
kerk, belangrijk is dan ook de verworteling van het diaconaat in de
kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland. De kerkorde zegt daar
o.a. over en dat sluit prachtig aan bij het motto van het handboek:
'De gemeente vervult haar diaconale roeping in de kerk en in de wereld
door in de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid te delen wat haar
aan gaven geschonken is, te helpen'."
Arnold van Heusden geeft in zijn reactie aan, dat de diaconale inzet
van de evangelische kerken en groepen steeds groter wordt. Hoewel geen
specialist op dit terrein, acht hij het handboek een grote bijdrage
in het verder ontwikkelen van de diaconie in de Evangelische Alliantie.
"Dit deel van de kerken is bezig aan een inhaalslag met betrekking
tot structurele aandacht voor het (wereld)diaconaat in onderwijs en
prediking. Zo heeft Bert Roor zijn bijdrage aan dit boek geschreven
vanuit de werkgroep Diaconaat van de Evangelische Alliantie. Die werkgroep
is één van de concrete wijzen waarop de EA zijn achterban
dient met materialen ten dienste van onderwijs en prediking over diaconaat.
Al hebben we het gevoel over een dieptepunt heen te zijn, we zijn nog
niet tevreden. In de spanning tussen barmhartigheid en gerechtigheid
wordt diaconaat door veel evangelische christenen nog vooral als een
vrijwillig gebaar van vrijgevigheid gezien en veel minder als een eis
van rechtvaardigheid. Ook aan een beter evenwicht in die kwestie kan
dit boek een waardevolle bijdrage leveren."

Een
kerk zonder diaconie is geen kerk en diaconie zonder kerk geen diaconie
Dr.
Herman Noordegraaf, docent voor diaconaat vanwege de Protestantse Kerk
in Nederland aan de Universiteit van Leiden en een van de auteurs van
het handboek, presenteert vervolgens de verwevenheid van kerk en diaconie.
"Het diaconaat is in de verhouding tot de andere kerkelijke werkvelden
geen randverschijnsel. Diaconaat staat principieel in het centrum van
de kerk: zonder diaconie geen kerk. Diaconie is wezenlijk voor de ecclesiologie."
Deze conclusie trekt de redactie trekt aan het eind van het hoofdstuk
over de plaats van het diaconaat in de kerk (zie Barmhartigheid en gerechtigheid,
p. 361). Zij zal voor wie bij diaconaat betrokken is gelijk staan met
het intrappen van een open deur. Is Gods omzien naar armen en andere
noodlijdenden niet zo diep verworteld in de Schrift dat het zonder meer
duidelijk zou moeten zijn dat het appel dat daarvan uitgaat niet iets
bijkomstigs is, maar tot het hart van het christelijk geloof behoort?
Het is echter nodig om dit te zeggen, want, zo loopt de conclusie verder:
"Daarmee lijkt een heel andere positie te worden ingenomen dan
thans veelal nog de praktijk is in kerk en theologie, waar diaconie
nog vaak een marginale plaats inneemt."
In zijn presentatie gaat Noordegraaf kort in op oorzaken en gevolgen
van dit vergeten van diaconie, zowel in de praktijk van kerken als in
het onderwijs, zoals dat aan theologische universiteiten en hogescholen
vorm krijgt. Er blijken de nodige spanningen, drempels, afstanden en
kloven te overwinnen. Hij besluit zijn betoog met "Mijn diaconale
geloofsovertuiging is dat er altijd een diaconale dwarslaag door de
kerken heen zal blijven lopen. Dat is gebaseerd op de overtuiging dat
God niet zal laten varen het werk dat zijn hand begon - en dat geldt
ook het diaconale werk - alsmede op de kracht van het appel tot het
doen van gerechtigheid en barmhartigheid die we in de Schrift vinden.
Deze blijft toch als een soort dynamiet werkzaam, al lijkt ze soms onschadelijk
gemaakt. Daarbij ben ik er mij van bewust dat de afstand tussen de plaats
aan de rand en het centrum groot is en er tal van belemmerende factoren
zijn, zoals kort aangeduid. Het zal er daarom vooral omgaan vanuit die
diaconale geloofsovertuiging te duwen in de goede richting teneinde
die dwarslaag in kerk en theologie zo groot en sterk mogelijk te maken.
Het Handboek is nadrukkelijk bedoeld om daarbij steun te geven."
Het antwoord wordt verwoord door drs. Jannet van der Spek, onderzoeker
vanuit het netwerk urban mission. "Ik deel de overtuiging van Herman
Noordegraaf dat waar een kerk van Christus is, altijd weer de betrokkenheid
op de arme en mensen met erger pijn dan wij, opnieuw geboren zal worden.
Of dat nu een kerk is van het woord of van het sacrament. Dat maakt
niet uit. Een kring met Christus in het midden kan niet gesloten blijven.
Nood leert bidden, maar bidden leert nood, zoals het Zuid-Afrikaanse
spreekwoord zegt en uiteindelijk maakt het niet uit waar je die cirkel
instapt. Wie God zoekt krijgt de naaste er gratis bij. Maar met die
naaste beginnen de problemen. Daar zit meer 'gratis', 'genade', bij
dan ons lief is. Wij kiezen die naasten niet. Het is niet alleen de
naaste die arm is, het is ook de naaste die net als jij geraakt is door
dat evangelie. Het is niet alleen jouw naaste die net als jij gelovig
is, het is ook de arme. En in vele kerken loopt dit gelukkig ook nog
eens dwars door elkaar heen. En daar zit een spanning tussen."
In haar verdere reactie onderzoekt Van der Spek de grenzen van de genoemde
stelling. Diaconie en kerk zijn principieel met elkaar verbonden, maar
de band is in de praktijk niet vanzelfsprekend. Kerk en diaconie kunnen
elkaar (flink) in de weg zitten, maar naast verbondenheid is een eigen
ruimte ook nodig. Zodat de kerk niet teveel diaconie voor de voeten
loopt of gebruikt en zodat diaconie de eigen taak kan doen, zonder last
of ruggespraak. En zij eindigt met een pleidooi om te letten op de kracht
van wederkerigheid, die schuilgaat achter de band tussen wijkkerk en
diaconie. "Zowel bij mensen die ooit geholpen zijn door de diaconie
als bij een diaken.Van hen die geholpen werden hoorde ik dit: 'Wat heerlijk
dat hier zoveel gewone mensen zijn. Dat aan die ene diaken, dominee
of vrijwilliger een hele gemeenschap hangt met kinderen en bejaarden
en een hele dynamiek die los staat van hulpverleners en problemen'.
En zo zeiden zij: 'Wat heerlijk dat ik hier ook wat kan doen'. Dit wil
ik graag benadrukken. Als ik wel iets geleerd heb van het optrekken
mensen in de marge is het enorme verlangen om zelf wat bij te dragen,
om te kunnen helpen. In het handboek worden terecht kritische kanttekeningen
gemaakt bij het verlangen tot helpen aan kerkelijke kant. Desalniettemin
kunnen we dan misschien wel van mensen in de marge leren dat dit ook
gewoon een menselijk verlangen is en wat dat betreft er ook met liefde
naar kijken."

Gerechtigheid
en barmhartigheid
Het
derde deel van de presentatie gaat in op nieuwe inzichten rond de kernwoorden
van het handboek, zoals verkregen vanuit recente exegetische onderzoeken.
Ds. Lútzen Miedema, predikant PKN gemeente Amsterdam-Noord, lid
van de redactie, en initiatiefnemer tot het handboek, doet verslag van
het werk van John N. Collins en Klaus Müller.
"De eerste benadering is van de rooms-katholieke nieuwtestamenticus
John Neal Collins uit Melbourne, Australië. Hij richt zich in zijn
studie uit 1990 en daarna op de herinterpretatie van het bijbelse begrip
diakonía (en het daarmee verbonden woord voor diaken: diákonos
en het werkwoord diakonéo of diákonein). In het het antieke
Grieks van Plato betekent diakonia helemaal niet dienst. Diakonía
slaat niet op stof afnemen maar op snelheid (dia: door + en konis: snelheid).
Weet u wie diaken was? Hermes, de god van de handelaren en de dieven.
In de godenwereld is Hermes de makelaar, de bemiddelaar, de communicator.
De Engelse taal heeft twee woorden voor dienst: ministry en service.
Diaconaat is geen service zegt Collins, maar ministry, bediening. Diakonia
wijst niet op een knecht maar op een minister. Volgens Collins heeft
diakonia in de bijbel een vergelijkbare betekenis. Diakonía duidt
op een voorname, zij het tijdelijke functie, op een mandaat van een
gemeente, een apostel, een bisschop, of God. De diaken heeft gezag.
Zodra Christus zich een diaken noemt doelt hij daarmee niet op voeten
wassen of op een andere nederige dienst zegt Collins."
"De tweede benadering is van Klaus Müller, judaïcus en
praktisch theoloog. Hij is verbonden aan het diaconiewetenschappelijk
instituut te Heidelberg en predikant in deze stad. In zijn studie uit
1999 baseert Müller zich niet op het antieke Grieks maar op het
klassieke bijbels Hebreeuws. Hij gaat uit van de joodse uitleggingen
en hij kijkt daarbij naar de praktijk van het klassieke jodendom en
van het eerste christendom - voorzover die is te achterhalen. De klassiek-joodse
kernwoorden zijn barmhartigheid en gerechtigheid. Deze termen geven
inhoud aan het gemeentediaconaat. Müller blijft dit diaconaat noemen.
Volgens het jodendom vormt het doen van barmhartigheid en gerechtigheid
de kern van het geloof. Bij alles wat je doet als jood moet je Gods
naam zegenen, maar het doen van barmhartigheid en gerechtigheid is op
zich al een zegen. Het wijst vooruit naar de tijd waarin de gerechtigheid
van de Eeuwige zorgt voor vrede en geluk. In de zogenoemde werken van
barmhartigheid in Mattheüs 25: 31 e.v. wordt eveneens de link gelegd
naar de eschatologie. Barmhartigheid en gerechtigheid geven dus een
diepe lading aan het gemeentediaconaat. Het luistert nauw."
De reactie vanuit de praktijk komt van dr. Jorge Castillo-Gurerra, docent
aan het Nijmeegs Instituut voor Missiologie van de Radboud Universiteit
Nijmegen. Hij gaat in op de betekenis van diaconie als getuigenis binnen
de context van interculturaliteit van allerlei groepen. De plek van
getuigenis verheldert hij aan de hand van het principe barmhartigheid
van Jon Sobrino. "De getuigenis is een uitdrukking van de barmhartige
kerk, een Samaritaanse kerk. Uitgangspunt is de ontsteltenis (Betroffenheit).
Wat volgt is de barmhartigheid in de vorm van een bevrijdende, bemoedigende
of hoopgevende re-actie. Op deze manier maakt een Samaritaans of diaconair
geïnspireerde gemeenschap de verbinding tussen 'Gottesdienst' en
'Menschendienst' (H. Küng):
a) Ze getuigt van haar geloof, haar christelijke en kerkelijke identiteit;
b) Door haar getuigenis maakt ze haar boodschap geloofwaardig;
c) Door de barmhartigheid die in de gemeenschap leeft kan ze een manier
vinden om verzet te bieden tegen het principe rijkdom of tegen de anti-barmhartigheid
die veel slachtoffers maakt.
De bijdrage van Sobrino biedt mogelijkheden voor de zoektocht naar een
integraal model van diaconie, waardoor het juiste evenwicht tussen verkondiging
en de realisatie ervan kan ontstaan."
Castillo Guerra verheldert dit model vanuit de diaconale praktijk van
migrantenkerkgemeenschappen. Hij wijst erop "dat de accenten die
migranten leggen op diaconie (hulpverlening en cultuur) sterke overeenkomsten
vertonen met de interpretaties van Collins, Sobrino en andere geciteerde
theologen. Ik heb duidelijk willen maken hoe de migranten een brugfunctie
vervullen, en een intermediairfunctie binnen hun parochie. Bovendien
beperken migranten, met name die uit het Zuiden (Zuid Europa inclusief)
hun diaconale praxis niet tot de socio-economische sfeer. Ze begeleiden
hun diaconale praxis met het geloof, de hoop en de liefde van mensen
die ver staan van de door J.B. Metz genoemde 'privatisering van het
geloof'. Vandaar het evangeliserende en getuigende element van hun diaconaat."

Met
het handboek aan het werk
De
presentatie is ingeleid door drs. Herman van Well, lid van de redactie
en dagvoorzitter namens de initiatiefnemers. Hij bedankt iedereen voor
de bijdrage en de deelnemers voor hun aandachtig gehoor. Opvallend is
de brede oecumenische samenstelling van dit publiek. Vervolgens is er
door alle aanwezigen ruim gebruik gemaakt van de gelegenheid om het
boek aan te schaffen en er over in gesprek te gaan. Dat laatste is in
Nederland ook stevig gedaan. Het handboek diaconiewetenschap is zojuist
verschenen, maar de uitgevers hebben het gesprek met de redactie over
een herdruk al geopend, omdat de eerste oplage bijna uitgeleverd is.
Gelukkig kunnen de slordige opmaakfouten, die nu het boek ontsieren,
snel hersteld worden.
Drs. Hub Crijns, drs. Wielie Elhorst (redactiesecretaris), Ploni Robbers-van
Berkel, drs. Lútzen Miedema, dr. Herman Noordegraaf, drs. Esther
van der Panne (eindredactie), dr. Sake Stoppels en drs. Herman van Well,
'Barmhartigheid en gerechtigheid. Handboek Diaconiewetenschap', uitgeverij
Kok Kampen in samenwerking met landelijk bureau DISK Amsterdam, ISBN
90.435.0927-2, 444 pag. € 45,-, inclusief verzendkosten.
Landelijk bureau DISK heeft samen met Chris Pennarts een serie foto's
'De werken van Barmhartigheid'
samengesteld. De serie van tien foto's staat in het boek voorafgaande
aan elk hoofdstuk afgebeeld en is op fotoprints te bestellen bij landelijk
bureau DISK voor € 10,-.
Klik hier om de fotoserie in klein
formaat op deze site te bekijken.
Klik op de knop om zwart-wit prints te bestellen (zie rubriek 'Diaconie'):

Van de presentatiebijeenkomst
is ook een verslagboek gemaakt.
Klik hier om daarover meer te
lezen.
