|
BEVRIJDE TIJD
Deelnemen aan een 24-uurseconomie?
TERUG
IN HET RITME VAN DE BOERDERIJ
Magazine Bevrijde
Tijd nr 2, sept. 2000, pag. 7-9.
door Gerard van Eck
Lange weken
Fatale reis
Ondernemende boerenzoon
Mensen met betaald
werk zijn veruit het drukst. Met name de combinatie met huishoudelijke
taken maakt dat ze veel verplichtingen en weinig vrije tijd hebben. Toch
zijn er weinig mensen die er bewust voor kiezen minder tijd te besteden
aan werken. Paul Bos maakte lange weken als directeur van een succesvolle
onderneming. Hij onderbrak echter zijn loopbaan en heeft nu een veel minder
hectisch bestaan.
Lange
weken
Paul Bos is de jongste
van zes kinderen uit een gereformeerd boerengezin in de Haarlemmermeerpolder.
Hij volgt een agrarische opleiding om de boerderij over te kunnen nemen,
maar wil eerst nog iets anders doen. Na een opleiding aan de Evangelische
Hogeschool voor Journalistiek komt hij in de journalistiek en public relations
terecht. In 1989 - hij is dan 29 jaar - start hij een eigen organisatie-adviesbureau.
Het bureau groeit binnen enkele jaren uit tot een succesvolle onderneming
met 15 medewerkers. Directeur Paul Bos maakt lange weken: "Mijn werkweek
begon zondagavond. Ik bereidde thuis of op kantoor de komende week voor.
Op doordeweekse dagen stond ik zeven uur op. Tien over acht was ik op
kantoor in Amersfoort. Ik vergaderde de hele dag met mijn compagnon en
medewerkers. Of met klanten door het hele land. Ik zat dus ook veel in
de auto. Halfzeven vertrok ik van kantoor. Twee keer per week ging ik
naar huis; drie keer per week naar een of andere bijeenkomst. Niet altijd
was even duidelijk of die bijeenkomsten bij het werk hoorden. Halftien
kwam ik dan thuis: journaal kijken, krant lezen en nog wat telefoontjes.
Aanvankelijk sportte ik ook nog enkele keren per week. Dat begon pas om
halftien. Maar dat is er langzaamaan bij ingeschoten. Eén uur ging
ik meestal naar bed. Regelmatig kwam het echter voor dat ik een nacht
doorwerkte. We hadden in die tijd nog geen kinderen. Mijn vrouw had zelf
ook een drukke baan. Ze vond het niet erg, wanneer ik laat thuiskwam.
In het weekend deden we leuke dingen. De zaterdag was voor het huishouden
en het avondje uit. De zondag was min of meer een voortzetting van wat
we vroeger deden: rustig aan doen, in het bos wandelen, op bezoek gaan
bij familie of vrienden. Een andere invulling was eigenlijk onbestaanbaar."
De lange weken hangen
direct samen met Bos' ambities: "Het bureau moest groeien, groeien en
nog eens groeien. Klein blijven kon niet. Door groter te worden zou ik
meer tijd krijgen: voor mezelf, voor dingen die echt belangrijk waren
voor het bedrijf. Ook mijn collega-ondernemers vonden het gek, wanneer
een bedrijf jarenlang dezelfde omvang had."
Achteraf heeft Bos
nog een andere verklaring voor zijn dadendrang: "Het was misschien ook
een inhaalslag van die eenvoudige boerenzoon, die bij zijn vader op de
boerderij zou gaan werken. Op de middelbare school en vooral later in
militaire dienst kwam ik jongens tegen, die heel wat anders hadden gedaan
dan meewerken op de boerderij. Die hadden wat gestudeerd of een wereldreis
gemaakt. Ik was bang, dat ik op mijn dertigste dood zou gaan zonder dat
iemand het opmerkte. Ik wilde uit dat eenzijdige en ingeperkte leven op
de boerderij. Niet meer vroeg opstaan. Niet meer alle dagen werken en
op zondag twee keer naar de kerk. Gewoon 's avonds en 's zondags dingen
kunnen doen, die je wilt doen. De grote vrijheid lag in de rest van de
samenleving. Die vond ik in de journalistiek en de PR. Daar mocht ik dingen
doen, die ik belangrijk vond: bedrijven helpen beter te communiceren,
onderhandelen en zaken doen, medewerkers motiveren. Dat was voor mij onbewust
de grote uittocht uit Egypte."

Fatale
reis
Uiteindelijk komt
Paul Bos door een reeks min of meer toevallige gebeurtenissen toch op
de boerderij terecht. "Het eerste wat ik merkte, was puur fysiek. Ik sliep
slechter, ik werd dikker en mijn conditie holde achteruit. Ook wilden
mijn vrouw en ik dolgraag een kind, maar dat lukte niet. De onrust ontstond
echter pas na een bezoek aan een vluchtelingenkamp in de Palestijnse gebieden
tijdens een vakantie. Voor mij hoefde het niet, maar mijn vrouw wilde
het. Wat me daar overkwam, liet me niet meer los. De mensen die daar onder
slechte omstandigheden moeten leven, waren gastvrij en hadden belangstelling
voor mijn persoon. Ze
vroegen: 'Waar kom je vandaan? Wie zijn je ouders? Heb je veel contact
met je ouders?' En daar stond ik met mijn visitekaartje, ik, die thuis
niet eens de buurvrouw kende."
Na terugkeer stelt
Bos zijn medebestuursleden van Jong Management VNO-NCW voor om collega's
in ontwikkelingslanden beter te leren kennen. In samenwerking met de ontwikkelingsorganisatie
Icco organiseren ze een reis naar Mauritanië. "Daar stelden ze dezelfde
vragen als de vluchtelingen in Gaza: niet wat dóe je, maar wie
bèn je? Ik werd in die vreemde omgeving niet langer bevestigd in
wie ik dacht te zijn. Ik ontdekte bij die nomaden, die de hele dag achter
hun vee aanlopen, dat ik jarenlang voorbijgelopen was aan de boerenzoon
in mij. Vanaf dat moment voelde ik me eigenlijk niet meer de directeur
van mijn bureau. Er kwamen ook herinneringen boven. Een goede medewerkster
had me eens gevraagd, of ze een dag minder kon werken. Ze was actief in
de kerk en wilde daar een dag per week aan besteden. Ik zei: 'Dat doen
we hier niet. Dat gaat ten koste van het bedrijf. Het licht moet hier
's avonds juist vaker branden!' Ik heb toen tegen mijn vrouw gezegd: 'Ik
ga wat anders doen, al heb ik nog geen idee wat.' Ze vond dat niet leuk,
onzeker ook. Temeer omdat wij ons eerste kindje verwachten. M'n compagnon
stelde ik voor, dat ik een dag minder zou gaan werken vanwege de zorgtaken.
Maar dat was voor hem onbestaanbaar. Toen heb ik de knoop doorgehakt:
ik ga weg! Dat ging gepaard met heftige fysieke klachten. Gelukkig heb
ik alles in een paar maanden kunnen overdragen. Ik trapte nog wel bijna
in de val om direct weer met iemand anders een bureau te starten om daarmee
weer snel te gaan groeien. Juist in die periode kwam ik echter Gerda Voorbij
tegen. Zij begeleidt ondernemers bij dit soort stappen. Ze zei tegen mij:
'In dat nieuwe zakelijke initiatief herken ik niks van wie Paul Bos is.
Ik hoor niks over de boerenzoon. Gooi je agenda en je visitekaartjes maar
eens even weg!. Ga een half jaar doen wat je leuk vindt.' Maar wat vind
ik leuk? Eigenlijk wist ik dat niet. Ik liep met m'n ziel onder m'n arm.
Zij zei: 'Ga maar weer eens meewerken op de boerderij van je vader.' M'n
vrouw zag dat helemaal niet zitten. Een boerderij op drie kwartier afstand?
Met welk perspectief? Schoorvoetend heb ik me daar toen toch elke week
een dag gemeld. In het begin viel het me zwaar: een hele dag schapen scheren
of sloot schoonmaken. Ik had de laatste jaren nooit iets anderhalf uur
achter elkaar gedaan. Ik deed 15 verschillende dingen per dag. Het was
een enorm gevecht met mezelf, dat ik echter koste wat kost wilde afmaken.
Ook al zou het me bij wijze van spreken niets opleveren. Ik was minder
ondernemend dan ik zelf dacht. Na dat half jaar had ik nog niks. Toen
vroeg m'n vader of ik de boerderij alsnog wilde overnemen. De moeite die
de beslissing me kostte, had niks met geld te maken. Veel meer met de
angst om nieuwe dingen te beginnen die wellicht niet zouden lukken. Het
bleek dat we goed zouden kunnen rondkomen met eenderde van wat ik eerst
verdiende. Wel hadden we een aantal scenario's voor als het niet zou lukken."

Ondernemende
boerenzoon
Paul Bos noemt zich
tegenwoordig 'ondernemende boerenzoon'. Het geeft weer wie hij is en niet
wat hij doet. Hij is nog steeds ondernemer. Zijn weken zien er echter
heel anders uit dan vroeger. "Twee dagen per week ben ik op de boerderij.
Als het druk is soms drie dagen, afhankelijk van het seizoen. Dan leef
ik in het ritme van de boerderij. 's Ochtends rij ik om zes uur weg. Meestal
heb ik dan al een half uur gemediteerd. Halfdrie, drie uur ga ik weer
terug. En halftien, kwart voor tien gaat het licht bij ons uit. Maar langzaamaan
begin ik dingen ook te combineren. Dus op de boerderij werken én
mensen die een goed gesprek willen over hun bedrijf of over henzelf. Zo
kreeg ik onlangs een stuk land rond Schiphol aangeboden. Nu heb ik het
plan opgevat om daar straks een schaapskudde te gaan exploiteren. Ik merk
wel dat door die boerderij werktijd en vrije tijd weer meer door elkaar
gaan lopen. Voor de kudde heb ik bijvoorbeeld een collie gekocht, die
elke dag getraind moet worden. Dus ga ik nu ook regelmatig 's avonds of
in het weekend daarheen. En dat voelt goed. Vroeger was het op de boerderij
niet anders. Die scheiding is ons opgelegd door fabrieken en kantoren."
De eerste twee dagen
van de week is Bos te vinden op zijn kantoor in Doorn. "Ik neem veel meer
de tijd voor de dingen. Zo maak ik maar een afspraak per dag. Maar die
ene afspraak levert veel meer op. Ik probeer coalities tot stand te brengen
tussen boeren en samenleving, inclusief het bedrijfsleven. Zo heb ik van
Staatsbosbeheer een stuk land met daarop een oud fort in de buurt van
Uithoorn aangeboden gekregen. Met andere bedrijven zit ik om de tafel
daar een groen bezinningscentrum van te maken. Nu al werken regelmatig
groepen managers met mij mee. We doen dan alles met de hand. Machines
zijn zoveel mogelijk de deur uit gedaan. Tijdens het werk en de pauzes
vinden de gesprekken plaats. Over bezieling, zingeving en tijd nemen voor
de dingen. Dat centrum heeft geen haast, want ik kan pas dingen aanbieden,
als ik ze zelf eerst ontdekt heb. Verder doe ik nog wat communicatieadvieswerk.
En als er doordeweeks voor de kinderen moet worden gezorgd, neem ik daar
alle tijd voor."


|