|
|
In de afgelopen twee decennia steeg het aantal personen dat regelmatig onder hoge tijdsdruk moet werken, jaarlijks met 1 à 1,5 procent. In 1998 had 33 procent van de werkenden (1,95 miljoen) hiermee te maken. Met name in de bedrijfstakken zakelijke dienstverlening, vervoer en communicatie, gezondheids- en welzijnszorg en financiële instellingen werken veel werknemers onder hoge tijdsdruk. De grootste tijdsdruk ervaren werkenden in de branches luchtvaart (56%) en het openbaar vervoer (50%).
Bron: CBS Enquête beroepsbevolking 1998 Een ander aspect van de werkdruk is het werken in hoog tempo. In 1998 werkte 43 procent van de beroepsbevolking regelmatig in een hoog tempo. Werken in hoog tempo betekent een constante stroom werk die de werknemer te doen krijgt en die om een snelle afhandeling vraagt. Hoge tijdsdruk onderscheidt zich daarvan door er een 'deadline' aan toe te voegen: steeds weer moet het werk binnen een afgebakende periode klaar zijn. Samen vormen ze de werkdruk. Bijna een kwart van de werknemers zegt in 1998 lichamelijke of psychische klachten te hebben gehad als gevolg van werkdruk. Opvallend is dat een hoge werkdruk niet tot gevolg heeft dat werknemers zich minder gezond voelen. Toch stijgt het ziekteverzuim naarmate de werkdruk hoger is. Veel werknemers voelen zich chronisch vermoeid en opgebrand. Zonder tijdig ingrijpen kunnen de klachten uiteindelijk arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben. Meer mogelijkheden
om het werk zelf te regelen vermindert de kans op gezondheidsklachten.
In 1998 kon een groot deel van de werkenden het werk naar eigen
inzicht inrichten. Zeven van de tien werkenden konden zelf bepalen
hoe en in welke volgorde het werk wordt uitgevoerd. Zes van de tien
bepaalden zelf het werktempo en circa de helft had de mogelijkheid
om op ieder moment het werk te onderbreken voor een pauze. |
Werkdruk is geen individueel, maar een organisatorisch en maatschappelijk probleem. Arbeidspastor Paula Irik wijst op de heftige concurrentie tussen schoonmaakbedrijven. Ze nemen opdrachten aan met een te krappe tijdsbegroting. 'In hun jacht op een groter marktaandeel brengen ze zo laag mogelijke offertes uit. Veertig procent van de schoonmaakbedrijven leeft de eigen CAO niet na. De bedrijven kunnen bijna alleen bezuinigen op arbeidsvoorwaarden. De arbeidskosten vormen 80% van de uitgaven. Zo halen ze contracten binnen tegen een prijs waarvoor het schoonmaakwerk eigenlijk niet gedaan kan worden. Schoonmaken mag dan een product zijn geworden, maar schoonmaaksters zijn geen machines. Schoonmaken is en blijft een arbeidsintensief gebeuren. Cursussen kunnen helpen om in de hoogste versnelling te leren werken en om lijf en energie zo efficiënt mogelijk in te zetten. Maar de productie kan niet tot in het oneindige worden opgeschroefd.'
Irik wijst op nog een achtergrond
van de werkdruk. 'Terwijl de vraag naar zorg voor ouderen door de vergrijzing
toeneemt, is het beleid van de overheid meer gericht op extramurale zorg
dan op verpleeghuiszorg. Ouderen moeten langer zelfstandig blijven wonen.
Verpleeghuizen moeten nu onderhandelen met de ziektekostenverzekeraars
over hun aandeel in de zorgproductie. Om de markt in hun regio te kunnen
veroveren en zo goedkoop mogelijk te kunnen werken, gaan verpleeghuizen
fusies aan met allerlei andere zorginstellingen. Het leidt tot een vloedgolf
aan reorganisaties met alle onzekerheden en spanningen van dien. Ook schoonmaaksters
in verpleeghuizen staan tot hun kruintje in de branding. Directies kiezen
bijvoorbeeld voor uitbesteding van schoonmaakactiviteiten. Een verpleeghuis
is vaak goedkoper uit, wanneer de schoonmaaksters niet meer conform de
eigen regeling worden betaald. Schoonmaaksters in vaste dienst bij een
verpleeghuis vallen onder de CAO Ziekenhuiswezen; in geval van uitbesteding
onder de CAO Schoonmaak- en Glazenwasserbedrijf. De arbeidsvoorwaarden
in de schoonmaak zijn vaak slechter dan in de verpleging. Nu zijn deze
uitbestedingen niet voor de eeuwigheid. In de schoonmaaksector vinden
veel contractwisselingen plaats. Verpleeghuisdirecties kiezen dan vanwege
hun beperkte budget voor de laagste bieder. Vaak gaat dit gepaard met
een vermindering van het aantal werkuren. Omdat de werkzaamheden dezelfde
blijven, leidt dit per saldo tot extra werkdruk. De m2/uurprestatie
- het aantal vierkante meters dat een schoonmaakster per uur moet schoonmaken
' is in de loop van de laatste tien jaar in vele huizen al vele malen
bijgesteld.'
Het valt arbeidspastor Paula Irik op dat schoonmaaksters een grote spankracht hebben. 'Meestal hebben ze een contract voor 12 uur of minder per week. Korte werktijden per dag zijn voordelig voor de werkgevers: die hoeven dan de pauzes niet te betalen. Onder de parttimers is de combinatie van meerdere schoonmaakbanen dan ook geen uitzondering, maar regel. Maar een vetpot is het nooit. Slechts een enkeling hoeft alleen zichzelf te onderhouden. De meeste werken voor hun kinderen en kleinkinderen en/of voor hun ouders en andere familieleden. Veel schoonmaaksters hebben een zieke en/of arbeidsongeschikte man.' De vrouwen werken soms onverantwoord lang door. Sommigen slikken pillen om te kunnen blijven werken. Niet af en toe, maar dagelijks.
De vrouwen proberen er met elkaar iets van te maken. Ook al tellen ze binnen de wereld van het verpleeghuis nauwelijks mee, het weerhoudt hen niet om zorg en aandacht voor bewoners te hebben. Soms komen ze vroeger om voor het werk nog even iemand op te zoeken, of ze blijven wat langer. Ze maken gewoon even tijd voor een praatje tijdens het werk, ook al moeten ze keihard werken om alles af te krijgen. Paula Irik: 'Een plas, een peuk, een praatje, pauze. Zonder de vier p's zouden ze het niet goed volhouden. Als de liefde voor de bewoners en de onderlinge kameraadschap op gezette tijden naar buiten kan, blijft de inzet voor het schoonmaakwerk op peil. Zonder al die kleine gezegende momenten vervuilt de werksfeer.'
De schoonmaaksters hebben het ook moeilijk met het 'resultaatgerichte schoonmaken'. 'Het is eigenlijk hun eer te na. Ze waren gewend alles grondig te doen, maar moeten nu veel oppervlakkiger werken. Ze behandelden het verpleeghuis als hun eigen huishouden, maar moeten er nu mee omgaan als een onpersoonlijk kantoor.'
Met hun klachten kunnen de
schoonmaaksters echter zelden terecht bij hun directe chef. 'Dit is zeker
niet alleen te wijten aan de kwaliteiten van de leidinggevenden. Het heeft
ook te maken met hun ingewikkelde positie: met het éne been in
de directiekamer, met het andere in het sop. Zij staan onder grote druk
om met krimpende middelen meer te presteren. Het vraagt moed om als chef-zonder-macht
bij de directie met je vuist op tafel te slaan. Voor de schoonmaaksters
zit er dikwijls niets anders op dan even lekker samen kankeren op de gang.'
Irik weet dat het ook anders kan. Ze wijst op de bedrijven die de klachten over werkdruk serieus nemen. 'ISS, wereldwijd de grootste leverancier van schoonmaakdiensten, heeft twee jaar geleden een klachtencommissie ingesteld. Ook werkdrukklachten worden in behandeling genomen. Ze kijken of de werkdruk verminderd kan worden door herverdeling van werkzaamheden, verstrekking van hulpmiddelen of andere schoonmaakmachines. Daarnaast heeft ISS een nieuwe wijze van leidinggeven ingevoerd. De leidinggevende is gemakkelijker en vaker op het betreffende pand aanspreekbaar. Ook heeft zij veel meer (financiële) verantwoordelijkheid gekregen. Zij kan daardoor sneller en zelfstandiger ingaan op wensen van de schoonmaaksters. Dit zijn prachtige maatregelen. Maar ze hebben een hoog cosmetisch gehalte, wanneer de werkelijke oorzaak van de werkdruk ' het steeds meer moeten doen in steeds minder tijd ' niet wordt aangepakt. Zolang er in de CAO staat dat bij een contractwisseling het aantal uren per week met 15% kan worden verminderd, zal er een werkdrukprobleem zijn.'
Er zijn steeds meer schoonmaakbedrijven
die bereid zijn niet langer op prijs maar juist op kwaliteit te concurreren.
Irik: 'Ze houden zich aan de adviesprijs van de werkgeversorganisatie
OSB, of gaan zelfs daarboven zitten. De concurrenten kunnen voor hun bodemprijzen
niet naar tevredenheid schoonmaken. Uit de jaarcijfers blijkt dat kwaliteit
bieden aan klanten en investeren in werknemers loont!'
|
Krimpen, pellen, persen en afwentelen Werkdruk wordt meestal eerst individueel ervaren. Bij nader toezien blijkt er een verband te bestaan met de beslissingen van het management. Er worden met het oog op de oorzaken en achtergronden van werkdruk verschillende ondernemingsstrategieën onderscheiden:
Deze strategieën worden in de praktijk dikwijls tegelijkertijd toegepast. Verder hebben de onderscheidingen vooral betrekking op de wijze waarop de productie en arbeid ge(re)organiseerd wordt. De werkdruk kan echter ook verhoogd worden door de invoering van nieuwe productietechnieken. Nieuwe machines brengen vaak extra veel storingen met zich mee. Ook kunnen nieuwe apparaten (mobiele telefoon, internet) de snelheid van het productieproces ' en dus het werktempo en de tijdsdruk - verhogen. Raadpleeg voor meer
informatie de websites van FNV Bondgenoten over werkdruk (www.bondgenoten.fnv.nl).
Met name het artikel Vakbondstrategieën tegen werkdruk en de
vragenlijst van Test oorzaken werkdruk. |
'Gezien, gezien heb ik de onderdrukking van mijn volk, dat in Egypte is, en gehoord heb ik hun geschreeuw vanwege de drijvers, ja, gekend heb ik hun smarten.' (Exodus 3:7)
In onze moderne economie wordt op intensieve wijze gebruik gemaakt van mensen. Hun arbeid is een kostenpost en wordt daarom zo efficiënt mogelijk ingezet. Soms zijn het machines en normtijden die ons opjagen. Soms drijven we onszelf steeds verder op. Maar hoe het ook zij: op enig moment worden wij bepaalt bij het gegeven dat wij belichaamde wezens zijn.
Dat blijkt alleen al uit het feit dat wij verschillen in onze lichamelijke mogelijkheden. Het lichaam van de één kan het tempo bijvoorbeeld makkelijk aan, maar dat van de ander niet. Dergelijke door het lichaam bepaalde verschillen kunnen leiden ' en doen dat ook feitelijk ' tot sociaal-economische ongelijkheid. Zo hebben mensen met een kwetsbare gezondheid of een handicap vaak minder makkelijk toegang tot de arbeidsmarkt met alle financiële gevolgen van dien. In hoeverre is dat rechtvaardig te noemen?
Vervolgens: hoezeer onze lichamen ook verschillen in mogelijkheden, gemeenschappelijk is dat ze uiteindelijk allemaal begrensd zijn. Wij kunnen niet eindeloos productief zijn. Vroeg of laat moeten wij ons bezig zijn stopzetten. Ook al willen we dat soms niet. Dan heeft ons lichaam behoefte aan rust en herstel. Waar ligt echter de grens? En wie bepaalt die?
Kan de christelijke geloofstraditie een bijdrage leveren aan het denken over arbeid zodanig dat recht gedaan wordt aan ons belichaamd zijn? De houding van de christelijke traditie ten aanzien van lichamelijkheid is dubbelslachtig. Enerzijds manifesteert het christendom zich vanaf haar vroegste begin als de godsdienst van het lichaam: het Woord is vlees geworden. Maar anderzijds kenmerkt de geschiedenis van het christendom zich door onverschilligheid, wantrouwen en haat ten aanzien van lichamen van mensen (met name van vrouwen) en andere levende wezens.
We zouden in ons denken zover
moeten zien te komen, dat wij ieder lichaam afzonderlijk hoogachten en
liefhebben, met name ook de lichamen van degenen die door hun harde arbeid
vermoeid zijn en pijn hebben. Is het vermoeden juist dat de bijbelse geschriften
vele verhalen bevatten over Gods betrokkenheid bij en aandacht voor onderdrukte
lichamen?
|
De campagne Voorrang voor Gezond Werk is een breed opgezet offensief voor verbetering van de kwaliteit van de arbeid. Meer informatie over de campagne is te vinden in het manifest Kwaliteit van de Arbeid (bestelcode 25.98.028). Ook kunt u terecht op de internetsite van de FNV (www.fnv.nl). U kunt daarop ook deelnemen aan een discussiegroep. Werkdruk/stress is één van de speerpunten van de campagne. De folder De meest gestelde vragen over werkdruk is gratis. Andere uitgaven over werkdruk zijn de brochure De stress te lijf (21.98.002), het boek Onder druk (25.93.005), de handleiding voor werknemers Stress door werk? Doe er wat aan! (25.90.120). Voor meer informatie over werkdruk kunt u ook terecht bij de verschillende bonden. Zo kunt u op de internetsite van FNV Bondgenoten (www.bondgenoten.fnv.nl) door middel van een Werkdruk Test nagaan hoe het met uw werkdruk staat. Op dezelfde site treft u ook een selectie van interessante links over werkdruk en stress. De publicaties
zijn onder vermelding van de bestelcode te verkrijgen via de FNV
Servicelijn 0900-3300300 of de site van de FNV (www.fnv.nl). |
In vrijwel elke bedrijfstak klagen mensen over het hoge werktempo. Hoe gaan ze daarmee om? Passen ze zich aan of verzetten ze zich juist? En welke rol speelt het geloof in dit verband? Enkele suggesties voor groepswerk:
1. Een hoog werktempo belast het lichaam. Nodig deelnemers uit op een groot vel te tekenen hoe hun lichaam deze belasting ervaart. Let in het gesprek over de tekeningen op de lichaamsdelen die getekend zijn en de kleuren en vormen die daarbij gebruikt zijn. In het vervolg van het gesprek wisselen de deelnemers uit wat voor werk ze doen, hoe ze in hun werk te maken hebben met tempodwang en tijdsdruk, en hoe ze dit beleven. Ze stellen elkaar alleen vragen ter verduidelijking. Laat deelnemers zo nodig een concreet voorval noemen. Vraag tot slot naar overeenkomsten en verschillen.
2. Werkdruk is vooral een organisatie- en maatschappelijk probleem. Vraag deelnemers in twee- of drietallen een lijst te maken van actoren die van invloed zijn op hun werktempo. Breng vervolgens onderscheid aan tussen actoren ver weg (bijv. bedrijfsleiding, concurrerende bedrijven, leveranciers, afnemers) op enige afstand (bijv. afdelingschef) en dichtbij (bijv. voorman, collega's, cliënten). Ga vervolgens voor de verschillende actoren na (1.) welke belangen ze hebben, (2.) over welke machtsbronnen ze beschikken, en (3.) waar hun afhankelijkheden liggen. Breng het netwerk tenslotte in beeld. Betrek bij het aansluitende gesprek het artikel Schoonmaaksters zijn geen machines. Welke strategie vormt in jouw situatie de achtergrond van het werken onder tijdsdruk en/of in hoog tempo: krimpen, pellen, persen of afwentelen? Tenslotte: in hoeverre acht jij jezelf verantwoordelijk voor het hoge werktempo?
3. Vraag deelnemers naar de betekenis van het geloof voor de wijze waarop ze met werkdruk omgaan. Waaruit blijkt die invloed? In welke (bijbel)verhalen, liederen, rituelen, gemeenschappen komt de betekenis van het geloof tot uitdrukking? Zet het geloof aan tot aanpassing of verzet? Zorg ervoor dat de antwoorden concreet zijn en betrekking hebben op het heden. Bedenk dat de rol van het geloof zowel positief als negatief kan zijn.
4. Nodig deelnemers uit een bijbelverhalen te noemen die uitdrukking geven aan Gods betrokkenheid bij mensen als belichaamde wezens. Lees de verhalen met elkaar. Welk beeld van God komt in deze verhalen naar voren? Vraag tenslotte of de oude verhalen over God en mensen zich laten verbinden met onze eigen verhalen over werkdruk.
5. Mensen gaan verschillend om met de druk die zij in hun werk ervaren. Vraag deelnemers verandering zouden willen brengen in hun situatie deze in het kort te schetsen. De andere deelnemers zetten hun advies eerst op papier. Daarna geeft ieder zijn/haar advies. Tenslotte worden de verschillende adviezen tegen elkaar afgewogen.
Bron: Voor
dit artikel is gebruik gemaakt van de DISK-publicaties van Anne-Marieke
Koot, Ze kijken niet naar de ondermensen en Paula Irik, Schoonmaken is
mensenwerk. Voor meer informatie: landelijk bureau DISK.
Naar andere artikelen Bevrijde tijd