PROJECTENBEROEP EN BEZIELING "Je moet wel je stem laten horen" OndersteBOVEN,
In wat voor gezin ben je opgegroeid? "Een groot gezin
met acht kinderen, vier jongens en vier meisjes. Ik ben de achtste in
de rij, een nakomertje. Mijn moeder was 41 toen ik geboren werd. Er is
vijf jaar verschil tussen mij en het broertje direct boven mij. En met
mijn oudste broer verschil ik ruim 17 jaar. Toen ik bijna vijf was, kreeg
mijn oudste zus haar eerste kind. Ik ben dus opgegroeid tussen de kleine
kinderen van mijn broers en zussen. Een aantal neefjes en nichtjes woonde
ook in de buurt. Er was dus altijd aanloop. Heel gezellig! Wat voor werk deden je ouders? "Mijn vader is
technisch hoofdambtenaar geweest bij de gemeente Haarlem. Hij is begonnen
met de ambachtschool. Toen hij al een gezin had, heeft hij nog de MTS
en HTS gedaan. Mijn moeder heeft er altijd spijt van gehad, dat ze vanwege
het overlijden van haar moeder haar opleiding niet afgemaakt heeft. Ze
deed een opleiding voor lerares op de huishoudschool. Toen ik een jaar
of 12 was, is ze gaan werken als alfahulp. Ze wilde wat bijverdienen,
omdat enkele van mijn broers en zussen een studie deden. In hoeverre is het werk van je ouders van invloed geweest op jouw loopbaan? "Mijn vader was
een echte bèta, terwijl ik meer een alfa ben. Ik had meer met de
interesses van mijn moeder. Zij was bijvoorbeeld bezig met literatuur
en poëzie. Wel vind ik het leuk verhalen over hem te horen. Hij heeft
grote projecten berekend voor de gemeente Haarlem. Wat ik verder bijzonder
vind aan mijn vader is, dat hij altijd heeft moeten opboksen tegen zijn
oudere broers, die allemaal veel hoger opgeleid waren. Op de lagere school
zeiden ze over hem: 'Laat die jongen maar naar de ambachtsschool gaan.'
Ik denk dat mijn vader dyslectisch geweest is. Er was iets waardoor ze
niet zagen wat er wel in zat. Hij heeft zich daarna gewoon opgewerkt door
er steeds bij te studeren. Dat vind ik wel heel knap. Het ergerde hem
dat wij het allemaal op onze sloffen konden doen. Waarom ben je de journalistiek ingegaan? "Ik heb het moeilijk gevonden om een studie te kiezen. Je moet je dan specialiseren in een klein vakgebied. Ik heb mijn beroep dan ook voornamelijk gekozen, omdat ik me juist breed wilde oriënteren. En omdat de maatschappelijke vakken op school mijn warme belangstelling hadden. Maar ook omdat ik heel erg van taal hield en van schrijven. Pas later ben ik gaan zien dat de journalistiek maatschappelijk een heel belangrijke taak vervult." Wat drijft je nu? "Zo goed mogelijk mijn werk doen. Dat voorop. En ook dingen aan de kaak stellen soms. Misschien ook wel zo mooi mogelijke verhalen schrijven." Waarom staat zo goed mogelijk je werk doen voorop? "Bij ons thuis
werd erop gehamerd, dat je moet woekeren met de talenten die je van God
gekregen hebt. Je moet laten zien wat er in je zit. Ik ben niet heel erg
ambitieus, althans niet in de zin dat ik per se bij de NRC moet werken.
Of dat ik een vaste baan moet hebben met dit en dit inkomen. Maar wat
ik doe, wil ik wel zo goed mogelijk doen en daar heb ik nog steeds ongelooflijk
veel plezier in. En wat wil je als journalist aan de kaak stellen? "Het onrecht
in de samenleving, daar moet je je eigenlijk nooit bij neerleggen. Dat
is heel moeilijk. Ik besef ook wel, dat je als individu er niet voor kan
zorgen, dat grote structuren veranderen. Maar je moet wel je stem laten
horen, als er dingen echt faliekant misgaan. Je ziet dingen gewoon misgaan.
Zoals dat er veel mensen moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen,
terwijl er een economische opleving is. Daar moet iets aan gedaan worden.
Of dat mensen in verpleeghuizen amper gewassen kunnen worden, omdat er
geen tijd is. Dat in de gezondheidszorg alles wordt afgemeten in cijfers.
Sommige sectoren zijn daarvoor gewoon niet geschikt. Aandacht voor mensen
kan je niet meten in cijfers. Het kan gewoon niet dat je in 2,5 minuut
bij iemand zijn steunkousen aantrekt, zonder dat je een woord wisselt.
Dat is zo fout!! "Daar ben ik eigenlijk ingerold, omdat Frits dit al heel lang deed. We hebben hier bij de rechtbank natuurlijk ook een aantal grote zaken gehad. Het is bovendien heel boeiend werk. Het verveelt eigenlijk nooit. Want iedere zaak is anders; iedere verdachte is anders. Ik blijf me eigenlijk altijd verbazen. Je hebt natuurlijk zaken van veelplegers die je van tevoren kan uittekenen, maar je hebt ook levens van mensen waarvan je van staat te kijken. Dat je denkt: 'Als ik dit zou hebben meegemaakt, wie zegt dan dat ik niet ook hier gestaan zou hebben?'" Je hebt ook een boekje geschreven over een rechtzaak? "Ja, ik heb een boekje geschreven over iemand die onschuldig gevangen gezeten heeft. Voor mij was dat een hoogtepunt. Ik kon namelijk schrijven over iets wat ik al langer zie gebeuren. Het mooie is ook dat het een soort steentje is geweest, dat in een vijver viel. Het heeft een hoop publiciteit over misstanden in de rechtspraak gegenereerd, zoals onlangs in een uitzending van Zembla. Het is een hele grote misstand in Nederland, dat de rechters zich niet méér hoeven te verantwoorden dan nu het geval is over waaróm ze tot bepaalde conclusies komen. Dat hen tijdens hun studie al aangeleerd wordt om zo min mogelijk te motiveren, omdat ze daarop kunnen worden afgerekend." Wat werkt voor jou inspirerend? "Positieve reacties van mensen over wie je schrijft of van opdrachtgevers zijn het meest inspirerend. Als ik het gevoel heb, dat ik een goed verhaal geschreven heb en dat dit ook gewaardeerd wordt, dan geeft me dat een gevoel van geluk. En als een verhaal iets teweegbrengt, zoals in het geval van dat boekje." En wat belemmerend? "Als je zorgen of verdriet aan je hoofd hebt, bijvoorbeeld in periodes van rouw, is het wel eens moeilijk om je goed op je werk te kunnen concentreren. Aan de andere kant geeft het werk dan ook afleiding, wat weer heel prettig is." Heeft datgene wat je bezielt in je werk ook met je geloof te maken? "Ja, ik geloof
dat je vanuit de bijbel de opdracht hebt om op te staan tegen onrecht.
Als journalist word ik erop afgerekend, dat ik goed met mensen en hun
verhalen omga. Je moet je dus altijd bewust zijn van wat je met je publicaties
kan aanrichten in de levens van mensen. Soms moet je mensen ook tegen
zichzelf beschermen. Dit is iets wat ik me echt vanuit mijn geloof wil
voorhouden: 'Je mag mensen niet iets aandoen'. Welke waarde staat voor jou centraal? "Respect voor mensen. En niet over de grenzen van mensen gaan die ze zelf aangeven. Oog hebben voor de omstandigheden waarin mensen zich soms bevinden. Als je 'nee' te horen krijgt het er gewoon bij laten zitten en niet proberen tegen beter weten in. Maar het is moeilijk, want soms heb ik te maken met familie van verdachten die überhaupt niet willen dat er iets in de krant komt. En dat kan natuurlijk niet. Het zijn openbare zittingen. Ik probeer dan altijd uit te leggen: 'Ik doe mijn werk, ik probeer dat zo goed mogelijk te doen'. Ik probeer altijd te voorkomen, dat iemand te herkenbaar is. Dat geldt voor daders en slachtoffers. Voor slachtoffers sowieso. Maar ja, soms willen slachtoffers zelf hun verhaal kunnen doen. En wat ik voor een rechtbankverslag ook heel belangrijk vind, is dat je ook de mening van de verdachte zelf naar voren brengt. Dus niet alleen de mening van zijn advocaat, en zeker niet alleen de mening van justitie." Praat je ook met anderen over wat je belangrijk vindt in je werk? "Frits en ik
zijn elkaars belangrijkste klankbord. We praten samen veel over ons vak.
Dat is heel prettig. We zijn ook allebei belijdende christenen. Dan kan
je samen heel veel delen en sta je er niet alleen voor. Soms trekken we
samen een lijn in de zin van: 'Daar lenen we ons niet voor!' Bijvoorbeeld
bij het verslag doen over moorden waarbij kinderen betrokken zijn. Ons
werd eens gevraagd, of we naar de school van vermoorde kinderen wilden
gaan om naar reacties te vragen. We hebben dit toen geweigerd. Die manier
van journalistiek staat ons niet aan. We vinden dat je mensen op zo'n
moment met rust moet laten. Het was een moeilijke beslissing. Niet dat
je dan direct helemaal geen opdrachten meer krijgt, maar je krijgt er
wel problemen mee. Steunt je geloofsgemeenschap je ook hierbij? "Dat gevoel heb ik zeker. Iedere week leer ik weer van de verkondiging. En in gesprekken met gemeenteleden is er ook ruimte voor uitwisseling van zaken die me bezighouden." Anne Kooi is predikant-directeur van het Diaconaal Centrum voor het Gevangenispastoraat te Haarlem. Het boekje van Jeannine Verhagen-Wiersma Onterecht zitten en dan? Narratio, Gorinchem 2006, isbn 13 978 90 5263 802-7, is voor € 7,50 (inclusief verzendkosten) te bestellen bij DCG, Postbus 2368, 2002 CJ Haarlem, telefoon: 023 - 5262166, e-mail: dcg.haarlem@antenna.nl.
|