BERICHTENIn memoriam Herman Bode
Herman
Bode is het meest bekend geworden als een bewogen, betrokken en samenvoegend
bestuurder van de katholieke vakbeweging. Na zijn overlijden is hij omschreven
als de laatste arbeider vanuit de werkvloer in de top van de vakbeweging
en als de vakbondsman, die altijd wist wat de mensen wilden: "Willen
we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam". Minder algemeen bekend is dat Herman Bode na zijn vroeg-pensioen bij de vakbeweging een bijna twintigjarige geschiedenis heeft geschreven met de beweging van het oecumenisch arbeidspastoraat. "Solidariteit is het cement van de samenleving" was daarbij zijn lijfspreuk en "opkomen met de zwakken als evangelische opdracht" zijn drijfveer. Vanuit die bewogenheid is hij de bindende voorzitter geweest. Arbeidspastoraat werd in de jaren tachtig en negentig in de tijd van de massa-ontslagen, grote werkloosheid en economische neergang de spreekbuis van veel mensen, die aan de kant waren gezet en dat niet namen. Ze wilden maatschappelijk blijven functioneren, erkenning ontvangen, ondanks hun werkloosheid of arbeidsongeschiktheid of vrouw-zijn. Na de eerste grote stelselherziening van de sociale zekerheid in 1985 begonnen we met de oecumenische beweging tegen armoede en verrijking in Nederland. "Armoede in Nederland? In de Derde Wereld ja, maar toch niet in Nederland!" Geen betere voorzitter dan Herman Bode kon aan verbaasde politici en journalisten duidelijk maken wat de werkelijkheid was geworden van miljoenen mensen in Nederland.
Herman is een kritisch
man geweest. Niet om het kritisch zijn, maar vanwege zijn een leven lang
volgehouden strijd om de kwetsbare en uitgesloten mens erbij te betrekken.
Kritisch om te zien hoe de onderste tien procent van de samenleving kunnen
meedoen in arbeid, inkomen, kennis en macht. Kritisch als hij uitzocht
en navroeg hoe instituties met die vraag omgaan. En bij de antwoorden
schuwde hij de strijd niet, zo hebben vakbeweging, politieke partijen,
kerk, wetenschappers en journalisten kunnen merken. Waar hij vond dat
instituties hun solidariteit te grabbel gooien vanwege de keuze voor macht,
daar haakte hij publiekelijk af. Ook landelijk kreeg
de affaire nog een staart. Bij het jaarlijks overleg met de vertegenwoordigers
van de bisschoppenconferentie wilde hulpbisschop De Kok van Utrecht niet
bij besprekingen aanwezig zijn, waar Herman Bode ook aanwezig was. Dat
punt werd opgelost, doordat naast monseigneur Ernst de secretaris-generaal
van de bisschoppenconferentie ging meedoen, eerst dr. Hans van Munster
en later drs. Ad van Luyn. Deze geschiedenis bewees dat nare dingen een
goede keer kunnen krijgen. Sindsdien heeft het landelijk bestuur goede
contacten gehad met deze twee mensen van de bisschoppenconferentie. Tussen
Herman Bode en pater Hans van Munster is in de samenwerking rond de problemen
van de arme kant van Nederland grote waardering ontstaan. Herman was een
liefhebber van korte spreuken en had waardering voor die van Hans van
Munster: "Armoede is een gemene streek, die de mensen elkaar aandoen".De
waardering vanuit de bisschoppen voor Herman Bode bleek ook na zijn overlijden.
Mgr. De Korte, bisschopreferent voor Kerk en Samenleving en Diaconie,
tevens hulpbisschop van Utrecht en deken van Zwolle, noemde "Herman
Bode een opmerkelijk Twentse katholiek, die de katholieke sociale leer
in veel aspecten van zijn leven heeft waargemaakt. Bode's voorzitterschap
bij arbeidspastoraat DISK is slechts een van de vele voorbeelden waaruit
mag blijken dat hij zijn geloof en overtuiging in de katholieke sociale
leer in veel aspecten van zijn leven, ook de publieke functies, heeft
willen waarmaken". Herman Bode heeft
mij leren kennen als dienstverlener van hulpbisschop Jan Niënhaus
en later als secretaris van het bestuur bedrijfspastoraat. In 1988 benaderde
hij me om directeur te worden van landelijk bureau DISK: "Jij hebt
mij gehaald, nu haal ik jou". Na uitvoerig overleg met de Utrechtse
bisschoppen en secretaris-generaal Hans van Munster ging de samenwerking
landelijk verder. Herman was een goed voorzitter, die aandachtig luisterde
en kernachtig de zaken kon samenvatten. Aan onze theologische en ethische
discussies deed hij uitvoerig mee, geschoold als hij was in het katholiek
sociaal denken. Hij gaf er blijk van een overdachte visie te hebben op
de samenleving en de toekomstbeelden daarvan beschreef hij met passie.
We zijn vaak samen met de auto het land in gegaan voor vergaderingen en
spreekbeurten. Zijn toespraken, recht uit het hart, gevoed door een heel
goed geheugen, zonder spiekbriefje, bepaald door de sfeer van die dag
raakten altijd een snaar bij mensen. Terwijl ik terugreed zat Herman naast
mij in het donker de avond te evalueren en druk te spreken. Soms cynisch,
soms teleurgesteld, vaak kwaad over iets, altijd weer met hoop. Hij bleek
altijd in de weer om de rechtvaardige samenleving dichterbij te brengen. We hebben als kerkelijke
beweging veel baat gehad van het voorzitterschap van Herman Bode. We kregen
toegangen tot alle maatschappelijke en politieke circuits en Herman Bode
werd door journalisten veel om zijn mening gevraagd. Door zijn nimmer
aflatende inzet hebben onze activiteiten en standpunten rond arbeidspastoraat
DISK en de arme kant van Nederland een stevige doorwerking gehad in de
samenleving, waaronder de kerken. Hub Crijns is directeur van landelijk bureau Dienst in de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK). |