BERICHTENSCHRIJVEN OP MARMER Klik hier voor een in memoriam Door Jan W. Scheffers
Het is niet eenvoudig om een afspraak te maken met Dick de Zeeuw. Hij is inmiddels 84 jaar, drukbezet en nog volop actief. Zeker sinds zijn boek ‘Schrijven op marmer. Lessen uit Dora’ verscheen. Hierin vertelt hij aan Petra Pronk zijn levensverhaal. Voor velen was het nieuw te vernemen dat Dick de Zeeuw als jongeman twee jaar gevangen zat in concentratiekampen. Hij had hier altijd over gezwegen. In zijn boek is het kampverhaal een vertrekpunt voor een ander verhaal: hoe het hem gelukt is om na de verschrikkingen een zinvol leven op te bouwen en om negativiteit om te buigen tot positieve kracht. Tot zijn leven uit die positieve kracht hoorde ook zijn voorzitterschap van de Stichting Bedrijfsapostolaat Nederland (SBN) van 1973 tot 1980 en van het Steunfonds DISK van 1994 tot 2003. Op zoek naar de bezieling van Dick de Zeeuw. Waarom werd hij voorzitter van de SBN? Hij zegt: ‘In 1972 was met het protestantse CIBB het gezamenlijk bureau DISK tot stand gekomen. Als voorzitter van de SBN werd een opvolger gezocht van bedrijfsaalmoezenier Jan van der Meer. Mijn geestverwante Marga Klompé polste me. Wij waren links en wilden onze persoonlijke bezieling laten doorwerken in de politiek. Ik was ook bezig met de vraag naar wat ik met mijn geloof – ik was van protestant naar katholiek overgegaan – wat ik daarmee in de samenleving en de politiek moest doen. Kon ik kiezen voor de kant van de zwakken? In die tijd publiceerde het bedrijfsapostolaat veel over de praktische keuzes die gemaakt werden. Ik vond dat veelbelovend. Ik proefde groot enthousiasme. Wat mensen als bisschop Ernst en de theoloog Schillebeeckx voorstonden, wat de Franse priester-arbeiders probeerden, dat vond ik hier terug bij het bedrijfsapostolaat en de oecumenische DISK. Ik heb er veel vriendschap en strijdbaarheid ondervonden.’ In de Tweede Wereldoorlog gaat Dick de Zeeuw met zijn tweelingbroer Aart studeren aan de Landbouw Hogeschool in Wageningen. Erg ver kwamen ze er niet. De bezetter vaardigde eind 1942 een studieverbod uit voor Joden. Uit solidariteit haakten de meeste studenten af. ‘We hadden het gevoel dat er met het studieverbod een grens was overschreden en dat we stelling moesten nemen’, verklaart Dick de Zeeuw die beslissing. Maar het nietsdoen beviel de broers slecht en begin 1943 besluiten ze om via Zwitserland naar Engeland te gaan om zich aan te sluiten bij het Nederlandse leger. Dick zou eerst gaan, samen met zijn vriend Fried Elzinga. Later, als het veilig was, zou Aart volgen. Maar op de grens tussen Frankrijk en Zwitserland worden ze door een Duitse patrouille ingerekend. ‘Dat was het einde van het avontuur en het begin van een tocht naar de kale bodem van het bestaan.’ Bijna veertig jaar lang sprak hij niet over wat hij in het concentratiekamp had meegemaakt. Geen woord. Tegen niemand. Het leek erop dat hij dit stuk van zijn verleden volledig achter zich had gelaten. Tot hij de film Sophie’s choice zag, waarin een moeder in het kamp de onmogelijke keuze moest maken tussen het leven van haar zoon en dat van haar dochter. Aangedaan zegt hij nu: ‘Toen brak het open’. Alles wat hij had weggestopt kwam naar buiten. Hij begon te praten. Maar opvallend: geen wrok, geen rancune, steeds op positieve toon. Zo hard als hij het kwaad veroordeelt, zo begripvol is hij voor de mens die het kwaad bedrijft. Hij blijft ondanks alles geloven in het menselijk vermogen het goede te kiezen. Daarom heeft hij zijn leven lang gewerkt aan structuren die deze keuze vergemakkelijken, in de wetenschap, de politiek en het universitair onderwijs.
Hoe ziet Dick de Zeeuw nu de bezieling die hem bracht tot zijn functies bij het bedrijfsapostolaat en DISK? ‘Ik wil leven. Mij is het leven gegund. Ik wil aan het einde van mijn leven terug kunnen kijken of ik achter mijn keuzen sta en niet meegesleurd ben door de waan van de dag. Ik wil er verantwoording over afleggen. Mijn inspiratie haal ik nog steeds uit de boodschap van Jezus, waarbij ik altijd gezocht heb naar het oecumenisch platform. Het gaat om de toekomst. Daar wil ik zo lang mogelijk aan blijven werken. Want het gaat niet goed in de wereld; er gaan nog teveel mensen gebukt onder armoede en onrecht. Ik word nog steeds gehoord, er wordt naar me geluisterd. En dus ga ik door.’ |