BERICHTENBEZUINIGEN, REGELEN, CONTROLEREN Reactie door Hub Crijns en Evelyn Schwarz op de bezuinigingsdebatten, verschenen in Friesch Dagblad 2 januari 2004. Inleiding De linkse oppositie
in de Tweede Kamer diende in de week voor Kerstmis een motie van afkeuring
in tegen minister-president Balkenende. De bezuinigingen in de zorg, volkshuisvesting
en sociale zekerheid hollen volgens haar de georganiseerde solidariteit
uit. De motie werd door de regeringspartijen niet gesteund, maar stemt
desalniettemin hoopgevend. Ze laat blijken dat delen van het Parlement
hun kerntaken niet vergeten zijn: het beleid van het land in hoofdlijnen
te ontwerpen en de uitvoering ervan door het kabinet te controleren. Daarvan
komt in de dagelijkse Haagse praktijk anders bijster weinig terecht. De
drie regeringspartijen, vaak gesteund door de LPF-Kamerleden, vertonen
stemveegedrag. Ze jagen de bezuinigingen op de sociale zekerheid door
het wetgevende traject heen, weinig bewust van de stapeleffecten, die
de diverse bezuinigingsstromen bij huishoudens met lage inkomens veroorzaken. Bij de behandeling
van de Wet Werk en Bijstand bleken de Kamerleden niet in staat hun functie
van controleur van het kabinetsbeleid te vervullen. De Wet is door staatssecretaris
Rutte matig voorbereid en kent veel losse eindjes. Na 1 januari 2004 gaat
zij voor enorme uitvoeringsproblemen zorgen. De Wet Werk en Bijstand zet
namelijk overhaast de hele uitvoeringswereld van werkbemiddeling en uitkering
op zijn kop, zonder dat de politici echt weten wat ze overhoop halen.
Deze mega-bezuinigingsactie onder het mom van decentralisatie verplaatst
centraal geregelde verantwoordelijkheid en collectieve solidariteit naar
een lager overheidsniveau. Daardoor wordt ongelijkheid gestimuleerd, stijgen
de uitvoeringskosten, en neemt de bescherming van de kwetsbaren af. Bij
de Wet zijn geen toetsingen verricht naar de negatieve effecten en door
het omgevende kader van bezuinigingsdoelen raken de twee hoofddoelen getraineerd:
simpeler uitvoering en actief naar werk bemiddelen. Incidenteel borrelt
er in de Tweede Kamer rond armoedebestrijding een discussie op zoals rond
de invoering van de medicijnknaak. Het debat hierover werd met duidelijk
meer verve gevoerd dan dat tijdens de invoering van de Wet Werk en Bijstand,
waar nauwelijks andere Kamerleden dan de specialisten aanwezig waren.
De medicijnknaak, voor mensen met een minimuminkomen een echt probleem,
werd tot casus belli verheven en verdween tenslotte uit de voorstellen.
Over de grote structuurverandering in het stelsel van sociale zekerheid,
die de doelstelling van inkomensbescherming naar werkactivering verandert,
sprak niemand meer. Een eenzijdig mensbeeld
maakt zich manifest. Niet fundamentele waarden zoals solidariteit vormen
hiervan de basis, maar kostenplaatjes. De burger die minder mogelijkheden
heeft, een zwakkere gezondheid, geen geluk in de liefde, zijn baan verliest,
migrant is, ouder wordt, is niet vanzelfsprekend meer een mens die beschermd
moet worden, opgevangen en begeleid, gesteund tot nieuwe kansen. Het mensbeeld
is doordrenkt van wantrouwen. Haagse politici verdenken mensen zonder
baan van luiheid, profiteurgedrag, corruptie en fraude. Er heerst een
onverwoestbaar geloof in het kunnen vinden van een betaalde baan. Tegenvallende
economische groei, oplopende werkloosheid, en krimpende overheidsmiddelen
voor een vervangend werkaanbod ten spijt. Ook het feit, dat 20 procent
van de uitkeringsgerechtigden die aan het werk gaan binnen een jaar weer
op straat staan, doet er niet toe: "werk werk werk" luidt het
credo, ook binnen de oppositie. De solidaire samenleving voorbij Ook het beeld op de
samenleving van de hedendaagse politici met regeringsverantwoordelijkheid
lijdt aan erosie. Visies op een samenleving die met de vruchten van het
gezamenlijke werk kan streven naar welzijn en solidariteit voor allen
worden zeldzaam. De passie om maatschappelijke idealen te bereiken en
zich daar flink voor in te spannen is weinig waarneembaar. De debatten
in de Tweede Kamer blinken uit in technisch gepraat. Het besef, dat een
goed functionerend zorgstelsel een must is voor een zichzelf respecterende
welvarende samenleving, is uit het denken van veel politici verdwenen.
Burgers worden gezien als individuen die alleen of in groepen voor hun
belang dienen te knokken. Maar ze moeten het niet in hun hoofd halen om
bij de overheid aan te kloppen. Zo zijn ook de afbouw van subsidies voor
die groepen uit de samenleving te verstaan. In die vechtsamenleving van
belangengroepen kunnen risico's afgewenteld worden en gaat het zicht op
het algemeen belang en op de kwetsbaren verloren. "Wie onderaan terecht
komt, heeft dat aan zichzelf te wijten. Eigen schuld, dikke bult, had
je maar beter je best moeten doen." Waar een besef van
beschaving ontbreekt, moeten cijfers het werk overnemen. Het gemis aan
visies op mens en maatschappij wordt gecompenseerd door de grote aandacht
op regelen, uitvoeren, cijferen en controleren. De Kamerleden van de regeringspartijen
blinken uit in instrumenteel denken. Als blijkt dat er iets goed fout
is gegaan wordt in koor geroepen om een onderzoek, een commissie, een
enquête of nieuwe wetgeving. Weinigen vragen naar de echte oorzaken
en proberen van daaruit hun politieke ambt op te pakken. De cijferwerkelijkheid
wint het van de geleefde werkelijkheid van mensen. Het tragische daarbij
is, dat veel cijfers minstens twee jaar oud zijn, en zeker bij de snelle
ontwikkeling van verarming ver achterblijven. Mocht het cijferen leiden
tot minder prettige gevolgen voor armen en kwetsbaren, dan is er altijd
nog de internationale cijferkunde als reddende engel: "Vergeleken
met de arme (toetredende) landen van de EU of de landen van de Derde Wereld
is het armoedeniveau in Nederland meer dan voldoende. Mensen moeten niet
zeuren en zich afhankelijk opstellen, maar de handen uit de mouwen steken." Het oog van de regeringspartijen
is weinig gericht op eerlijk delen. Je zou denken dat bij de uitbundig
geschilderde financiële problemen van iedereen een extra inzet gevraagd
wordt. Wie binnen de publieke of collectieve sector werkt of leeft, merkt
dat ook. Maar de private, ondernemende en rijke sector merkt daar veel
minder van. Het draagkrachtbeginsel dat verwoordt dat wie economisch sterker
is ook meer bijdraagt aan de solidariteit, komt steeds minder tot uitvoering.
In tijden van economische voorspoed is de grote belastingherziening van
2001 voorbereid, die bijvoorbeeld het hoogste belastingtarief verlaagde
van 61 naar 50 procent. Helaas lazen we in het Regeerakkoord geen voorstellen
om hierop een correctie te plegen bij de tegenvallende conjunctuur na
2001. Wie de voorstellen vergelijkt met de manier waarop het eigen huizenbezit
en de subsidies daarop via de hypotheekrenteaftrek behandeld zijn - poeslief
met weinig resultaten - en de huursubsidies - dwingend met forse bezuinigingen
- staat verbaasd. De subsidies aan de eigen huisbezitter lopen door -
feitelijk via een open eind regeling - en de subsidies aan huurders worden
afgestopt. Dat is een feitelijk beleid voorzetten, dat niet gericht is
op eerlijk delen. We zijn actief in
het pastoraat onder en met mensen, die vaak aan de rand of onderkant van
onze samenleving terecht zijn gekomen. Wie de toenemende verarming meemaakt,
de groeiende verpaupering in de publieke ruimte, dak- en thuislozen op
straat ontmoet, kan deernis niet alleen als metgezel verwelkomen. Wie
de dagelijkse nood meemaakt, krijgt verontwaardiging en sociale passie
als broeder en zuster met zich mee, op zoek naar verbetering. We leven
in een rijke, welvarende samenleving. Armoede, ontreddering, vereenzaming
hoeven niet. We hebben de middelen om voor elkaar te zorgen. We dienen
die middelen ook in te zetten, we moeten het willen. Die inzet, die wil
om sociaal onrecht te bestrijden en om te zetten in sociaal recht en bescherming:
dat is ook politiek bedrijven. Als het morgen nog niet lukt, dan toch
overmorgen. Het zou mooi zijn, als die sociale lijn, dat ideaal, die politieke
wil te herkennen zou zijn bij de politici, die de macht hebben om de beleidslijnen
uit te zetten. Hub Crijns, directeur
van landelijk bureau DISK en Evelyn Schwarz, voorzitter van de werkgroep
Arme Kant van Nederland/EVA
|