|
PROJECTEN
1
MEI CONFERENTIE 2005
Een initiatief van het Platform Economische Gerechtigheid
Verslag
van de conferentie 'Arbeid, levensloop en solidariteit'
Door
Maarten Baltussen
Klik
hier om onderstaand artikel te downloaden in Word-opmaak (45 kb).
Inleiding
Solidariteit en Levensloop Paul de Beer
Lodewijk de Waal en Paul de Beer
Workshops
Slotforum
Inleiding
Staat door de vergrijzing
de solidariteit in onze samenleving op de tocht? Profiteren vooral goedverdienende
werkende mannen van de nieuwe levensloopregelingen? Staan meer eigen keuzemogelijkheden
niet op gespannen voet met een solidaire samenleving? Deze vragen stonden
centraal op de 1 Mei conferentie Arbeid, Levensloop en Solidariteit.
De 1 Mei conferentie
is een jaarlijkse activiteit van het Platform Economische Gerechtigheid.
Het Platform is een samenwerkingsverband van FNV, LIAN/DISK, AKN/EVA,
LKDB en Justitia et Pax. Hogeschool De Horst was op 28 april jl. in Driebergen
gastheer en medeorganisator van de conferentie. Zodoende kon PEG een nieuwe
doelgroep, jongeren, aanboren.
Dagvoorzitter Joep van der Linden zei dat PEG deze conferentie nu al voor
de vijfde keer jaar organiseert 'vanuit de overtuiging en de ervaring
dat een levensbeschouwelijk fundament wezenlijk is om een samenleving
in stand te houden waar plaats is voor allen. Solidariteit is het sleutelbegrip
in onze thematiek van vandaag. De dag van de arbeid op 1 mei staat al
meer dan honderd jaar bekend als de dag van manifestatie en publiek debat.
Niet alleen voor arbeiders; er zijn zeer vele groepen in deze samenleving
die rond betaalde en onbetaalde arbeid het debat willen voeren en die
heel sterk de solidariteit in de samenleving benadrukken.'

Solidariteit
en Levensloop Paul de Beer
Openingsspreker Paul
de Beer, hoogleraar Arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam,
stelde dat solidariteit zo'n algemeen begrip is dat je er haast niet tegen
kunt zijn. Het begrip krijgt pas inhoud als het concreet wordt. De koppeling
van solidariteit aan arbeid en levensloop maakt dit mogelijk. Hij lichtte
dit toe door de situatie van jongeren, vrouwen, de babyboomers en ouderen
uit te werken.
Jongeren
De meeste jongeren in Nederland werken en zijn relatief laagopgeleid.
Zij dragen relatief veel bij aan de solidariteit in de samenleving. Ze
betalen wel premies en belasting, maar hebben de samenleving door hun
korte opleiding relatief weinig gekost. De rechten van werkende jongeren
zijn de afgelopen twee decennia echter stap voor stap beperkt. De Beer
meende dat we jongeren niet alleen moeten vragen om bij te dragen aan
het in stand houden van de verzorgingsstaat, maar dat zij daadwerkelijk
rechten op moeten kunnen bouwen.
Vrouwen
Jonge vrouwen
met kinderen doen vaak een stap terug in hun carrière om voor een
goede opvoeding van hun kinderen te kunnen zorgen. Zij geven hun economische
zelfstandigheid op, ontwikkelen zich niet in hun beroep en leveren minder
aandeel in ons nationaal product.
De Beer stelde dat zij juist solidair handelen door hun economische zelfstandigheid
op te geven. De verzorging en opvoeding van kinderen is een levensvoorwaarde
voor het voortbestaan van onze samenleving. Een keuze voor het verzorgen
van de kinderen moet echter niet automatisch verlies van economische zelfstandigheid
betekenen. De huidige levensloopregeling voldoet niet. Hierin bouw je
in de loop der jaren rechten op. Dat werkt wel voor oude mannen die voor
hun prepensioen sparen, maar niet voor jonge vrouwen die hun kinderen
op willen voeden. De Beer pleit voor een basisinkomenvoorziening op sociaal
minimumniveau voor iedereen die essentiële zorgtaken op zich neemt.
Werkenden
Babyboomers
bevinden zich in een heel andere positie. Zij hebben in de jaren '60 en
'70 geprofiteerd van riante studievoorwaarden, verdienen nu heel behoorlijk
en kunnen waarschijnlijk profiteren van goede pensioenvoorzieningen. Dat
neemt niet weg dat zij door flinke belastingafdracht ook heel wat bijdragen
aan de solidariteit in de samenleving en daar vaak ook toe bereid zijn.
De individualisering van sociale zekerheid en pensioenvoorziening maakt
hen minder solidair. Mensen zonder kinderen betalen niet meer mee aan
de nabestaandenregeling. Voor ouderschapsverlof en de nieuwe ziektekostenregeling
gaat hetzelfde gelden.Onder het mom van meer eigen verantwoordelijkheid,
worden mensen steeds vaker voor keuzen gesteld waar ze niet op zitten
te wachten. Hoewel meer keuzevrijheid vaak wordt gepresenteerd als een
aanpak om de verzorgingsstaat en solidariteit in stand te houden, ondergraaft
zij in de praktijk die solidariteit. Behoud van de solidariteit vraagt
eerder om een beperking dan om een uitbreiding van keuzevrijheid in de
sociale zekerheid.
Ouderen
Ouderen vormen
de groep die als de grootste bedreiging voor het behoud van onze verzorgingsstaat
wordt gezien. Maar: 65-plussers betalen wel geen AOW-premie, maar al een
aantal jaar geleden is afgesproken dat alle verdere uitgavenstijgingen
voor de AOW uit de belastingen worden gefinancierd. Er zijn bovendien
veel arme ouderen: meer dan een derde van de 65-plussers heeft niet meer
dan zo'n € 1.000 per maand te besteden. De huidige 65-plussers vormen
de eerste groep is die hun hele loopbaan aan de AOW meebetaald hebben.
Daarnaast hebben zij in de jaren zeventig en tachtig hoge belastingen
en premies moeten afdragen om de verzorgingsstaat op te bouwen en in stand
te houden.
Bovendien nemen zij bijna een derde van het totale vrijwilligerswerk in
Nederland voor hun rekening. Al dit vrijwilligerswerk bespaart miljarden
op de professionele dienstverlening.
Klik
hier om de volledige toespraak van Paul de Beer te downloaden in Word-opmaak.

Lodewijk
de Waal en Paul de Beer
In
reactie op de inleiding van Paul de Beer zei FNV voorzitter Lodewijk de
Waal dat onderzoek een en andermaal uitwijst dat 80% van de Nederlanders
kiest voor een solidaire samenleving, óók als daar een stevig
prijskaartje aan hangt. De bonden hebben het afgelopen najaar op de bres
gestaan voor sociale oplossingen rond het prepensioen en nu voor de WW
en kunnen daarbij rekenen op een stevig maatschappelijk draagvlak. Zij
zijn echter ook gebonden door de financiële ruimte die overheid en
werkgevers bieden. Socialere oplossingen zijn mogelijk, maar vragen om
politieke wil. Die is er wel bij de bevolking, maar niet bij de huidige
regering en de werkgevers. De Waal betwijfelt of deze regering wel op
een meerderheid had kunnen rekenen als het huidige beleid inzet van de
verkiezingen was geweest
Paul de Beer onderstreepte dat een ander beleid wel mogelijk is: er is
geld genoeg, het gaat erom welke keuzes er gemaakt worden. Anno 2005 is
het niveau van de sociale zekerheid terug op dat van 1966. Dit wordt onderbouwd
met kommer en kwel verhalen over de ondergang van de Nederlandse economie
die alle grond missen.
Behoud van solidariteit
is niet in tegenspraak met hervorming en modernisering van de sociale
zekerheid. De Waal hekelde de bezuinigingsdrift waar iedere reorganisatieronde
mee gepaard gaat. Hij pleitte voor een offensief werkgelegenheidsbeleid.
Nog meer dan nu moeten mensen aan werk geholpen worden.

Workshops
Na de opening zijn
de deelnemers uiteen gegaan om de vragen rond arbeid, levensloop en solidariteit
toe te spitsen op de situatie van vier bevolkingsgroepen.
Vrouwen
Wat biedt
de levensloopregeling aan mogelijkheden? Die vraag is snel beantwoord:
de levensloopregeling is alleen handig voor hoogopgeleide tweeverdieners
en fulltime werkenden. Weinig vrouwen zullen van de levensloopregeling
profiteren. Sterker nog - zo legt econome Thera van Osch uit - mannen
zullen juist meer van deze regeling profiteren aangezien zij met hun hoge
fulltime salarissen sneller voor verlof kunnen sparen. Vrouwen werken
misschien bij aanvang van hun carrière wel fulltime, maar als zij
kinderen krijgen gaan de meesten parttime werken. Bij het eerste kind
hebben ze nog niet zo veel kunnen sparen voor verlof. En als dat wel het
geval is, dan gebruiken ze dat verlof bij het eerste kind en is daarna
de koek op.
Wat vinden vrouwen in de groep ervan? De meeste zijn op leeftijd en zij
zullen niet meer van deze regeling kunnen profiteren. Het idee van een
levensloopregeling is wel aardig bedacht maar draait op weinig tot niets
uit, althans niet voor vrouwen
.
Jongeren
De deelnemers
aan deze workshop werden uitgedaagd na te denken over wat ze tot solidariteit
beweegt: is dat welbegrepen eigenbelang of lotsverbondenheid? Welhaast
unaniem koos men voor die lotsverbondenheid. Solidariteit begint niet
met calculeren maar met de wil om voor elkaar op te komen, waarbij de
sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat doe je natuurlijk wel
gemakkelijker als je erop kunt vertrouwen dat anderen ook voor jou opkomen
als je dat nodig hebt. Jongeren in de workshop meenden dat ze op dit moment
meer van solidariteit profiteerden dan dat ze er aan bijdroegen. Dat schept
ook verplichtingen in de toekomst.
Een solidaire samenleving moet natuurlijk betaalbaar zijn, maar o.a. Sioux
van Dijk wees erop dat Nederland nog steeds rijker wordt. De vraag is
eerder waardegeoriënteerd: in wat voor wereld wil je wonen, hoe kijk
je tegen je de mensen om je heen aan, wat zijn je idealen.
Workshop ouderen
Unie KBO
Centraal
stond de vraag of ouderen aan hun eigen AOW mee moeten betalen. Op dit
moment betaal je tot je 65e premie en ontvang je daarna de uitkering.
Met het oog op de houdbaarheid van de financiering van de AOW zijn er
twee stromingen: De AOW als verzekering handhaven, dus financiering via
premies. Daar tegenover staat de mening: AOW fiscaliseren, financiering
via belastingheffing.
De deelnemers vonden dat van ouderen met een goed inkomen gevraagd mag
worden mee te betalen om de AOW voor iedereen op peil te houden. Wel meende
men dat van ouderen dit uitsluitend van de AOW leven geen bijdrage gevraagd
kan worden.
Er waren ook mensen die vonden dat aan de huidige generatie niet opnieuw
gevraagd kan worden om offers aan de solidariteit te brengen.
Workshop ouderen
FNV
De deelnemers
vonden dat het voor het behoud van de solidariteit tussen jongeren en
ouderen beter is de rechten van jongeren uit te breiden dan de aanspraken
van ouderen te verminderen. Hogere bijdragen voor solidariteit zijn geen
probleem als het draagkrachtbeginsel goed wordt toegepast.
In het tweede deel van de workshop stond de vraag centraal: wat doe je
in de tijd na je pensionering en vind je dat je dan solidair bent? Bijna
alle deelnemers vervulden vrijwilligers- of zorgtaken. Daar kwam een stelling
uit: het is gemakkelijk om aan zorg te doen in je eigen omgeving, je vrouw,
je kinderen, maar het is kunst om ook zorg te doen verderop.
Voor solidariteit zijn regelingen heel belangrijk, maar het meest belangrijk
is dat in je gezin en buurt vanaf het begin solidariteit aanwezig is.
Workshop volwassenen
Het Nibud-onderzoek
'Meningen over levensloop' laat zien dat huishoudens in de lege-nestfase
hun meest gelukkige levensperiode beleven. Ouders die werk en zorg voor
kinderen combineren én gepensioneerden zijn minder gelukkig met
de hoogte van hun inkomen en vermogen; bij gepensioneerden staat daar
tegenover dat zij gelukkig zijn met de hoeveelheid vrije tijd die ze hebben.
De levensloopregeling van dit kabinet gaat ervan uit dat mensen hun leven
goed kunnen plannen, maar dat is niet erg realistisch, vooral niet voor
mensen met een laag inkomen. Het blijft daarom nodig om de risico's rond
zorg goed af te dekken. De nieuwe levensloopregeling is daarvoor te beperkt.
Collectieve voorzieningen moeten in standgehouden of nog verder uitgebreid
worden. Zorgverlof, onderwijs en kinderopvang moeten beter geregeld worden
dan nu het geval is. Voor opfrisverlof en sabbatsverlof kunnen mensen
individueel verantwoordelijk gesteld worden. Op deze basis blijft de solidariteit
overeind.

Slotforum
Onder leiding van
Margriet Jongerius, directeur van Hogeschool De Horst gingen deelnemers
en panel met elkaar in debat over stellingen uit de workshops.
Rijk en arm
Onafhankelijk van elkaar presenteerden verschillende workshops als
centrale stelling dat het niet zozeer gaat om solidariteit tussen oud
en jong, maar om solidariteit tussen rijk en arm.
Het moet gaan over de 30 procent ouderen die het krap hebben en niet over
de hele groep ouderen, waar zeer rijken bij zitten. Er is geen reden waarom
zij niet mee zouden kunnen betalen aan de solidariteit.
Het moet ook gaan over de slecht opgeleide werkende jongere en de jonge
vrouw die onbetaalde zorgarbeid. Zij bouwen nauwelijks rechten op en leveren
wel een belangrijke bijdrage aan onze samenleving. Zonder goede collectieve
regelingen zijn zij de arme ouderen van morgen.
Dat vraagt om solidariteit. Daar is in onze samenleving bereidheid toe.
Het is merkwaardig dat de tendens van het beleid steeds meer richting
individualisering, eigen keuzes en verantwoordelijkheid gaat en dat daardoor
de solidariteit ondergraven wordt.
Solidariteit anoniem?
Onze verzorgingsstaat regelt solidariteit met collectieve regelingen
die uitgevoerd worden door bureaucratische instantie. Daar zijn goede
redenen voor: het gaat niet om bedeling, maar om rechten die voor iedereen
gelden.
Zo wordt solidariteit wel steeds anoniemer. Mensen, zeker jongeren, hebben
niet langer het idee dat het gaat om verworvenheden waar ze zelf voor
gevochten hebben. Antoon Blokland, voorzitter van CNV jongeren, pleit
ervoor dat solidariteit weer een gezicht krijgt. Dat vraagt om persoonlijke
inzet. 'De keuzes die mensen op een heel oprechte, authentieke manier
maken zijn solidaire keuzes in hun directe omgeving. Ze schuiven die niet
af op instituties, op organisaties, op regelingen of op al dat soort gestructureerde
vormen. Het is heel erg vanuit hun eigen handelen, hun eigen perspectief
en hun eigen leven. Dat vind ik in de kern een waardevollere vorm van
solidariteit, dan als we die als het ware over de schutting van de overheid
of een vakbeweging of institutie gooien die het dan voor jou regelt.'
Lodewijk de Waal waarschuwt dat de huidige politici de persoonlijke solidariteit
gebruiken als argument om collectieve regelingen weg te bezuinigen. Dat
vindt hij levensgevaarlijk.
Vrouwen en zorgarbeid
Levensloopregelingen
lijken eerder toegespitst te zijn op mannen die iets willen reserveren
voor de afbouw van hun carrière dan voor vrouwen die tijd willen
reserveren voor zorg voor hun kinderen of ouders.
Thera van Osch, econome, merkt op dat het afschaffen van het kostwinnersbeginsel
(het tweede inkomen in een huishouden werd daardoor minder belast) nadelig
voor mensen, meestal vrouwen, die niet volledig werken. Het huidige gelijkheidbeginsel
dwingt vrouwen meer betaald te werken voor hetzelfde geld. Dit leidt tot
hogere belastingafdracht, maar ook tot minder tijd voor zorgarbeid. De
overheid heeft deze belastinggelden echter nooit geïnvesteerd in
betere kinderopvang of een vergoeding voor mensen die onbetaalde zorgarbeid
verrichten.
Lodewijk de Waal is tegen een vergoeding voor zorgarbeid. Dat leidt bijna
onmiddellijk tot een basisinkomen. Dat acht hij niet realistisch. Wel
moeten er goede prioriteiten gesteld worden: een goede kinderopvang en
goede zorgvoorzieningen zijn belangrijker dan levensloop.
Levensloop
Antoon
Blokland meent dat 'de maatschappij met de huidige levensloopregeling
kiest om niet heel veel in te investeren in de behoefte die er is van
de mensen rond de dertig. Dan maken we dus als het gaat over solidariteit
tussen oud en jong een verkeerde keuze.'
Lodewijk de Waal bestrijdt dit. Ook jongeren bouwen rechten op waarvan
zij gebruik kunnen maken. Het is wel een kwestie van prioriteiten stellen:
'Als ik de keuze had tussen een regeling die per definitie in tijd heel
beperkt is, want het gaat om een half jaar of een jaar ertussen uit als
je veel gespaard hebt, of een collectief gefinancierde kinderopvangregeling,
dan geef mij maar die kinderopvangregeling, want heb je veel meer aan.'
Sluiting
Dagvoorzitter Joep van der Linden sluit de vergadering met een
bijzonder woord van dank aan Hogeschool De Horst en aan Lodewijk de Waal.
Hij heeft als FNV voorzitter de recente vijf 1 mei conferenties warm ondersteund
en daar waardevolle bijdrages aan geleverd. Van der Linden bedankt alle
medewerkers en bezoekers. Om de inspiratie levend te houden biedt hij
allen een rode roos aan.

Terug
naaar openingspagina 1 mei conferentie
|