PROJECTEN1
MEI CONFERENTIE 2004 Kerken
over rijk en arm Lezing van Ineke Bakker, algemeen secretaris Raad van Kerken in Nederland, en in 2004 voorzitter van de Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid t.g.v. de Conferentie 'Ethiek voor rijk en arm' op 28 april 2004 te Amersfoort Klik
hier om deze toespraak te downloaden als Word-document (43kb)
1. Allereerst wil
ik de organisatoren van deze conferentie hartelijk bedanken voor de uitnodiging
om hier vandaag het woord te voeren. Ik zie het, in deze tijd van voortgaande
ontkerkelijking, als een erkenning van de inzet van de kerken en hun vrijwillig(st)ers
voor een rechtvaardige en humane samenleving, in Nederland en wereldwijd.
2. Het thema van deze conferentie 'Ethiek voor rijk en arm' is uiterst actueel. Ik kan niet anders dan constateren dat nogal wat grote ondernemers en topmannen - alleen in dit verband ben ik blij dat er nauwelijks topvrouwen zijn in Nederland - de laatste maanden hun uiterste best gedaan hebben om zich in de kijker te spelen met hun exorbitante salarisverhogingen en bonusregelingen. Terwijl bijna alle andere mensen in ons land te maken hebben met de nullijn en velen zelfs met een daling van inkomen, weten deze heren ongekend forse inkomensstijgingen voor elkaar en voor zichzelf te regelen. Van de volkswoede van enkele maanden geleden tegen de honorering van de nieuwe Ahold-topman Moberg heeft men kennelijk niets geleerd. Ik heb een hele stapel knipsels en internetprints met voorbeelden te over: topman Aegon krijgt jaarlijks een duizendste van de nettowinst van het concern met zijn bestaande bonus goed voor 1,2 miljoen, topman ING krijgt 60% meer, topman Randstad kwart meer loon. En het is alleen te danken aan druk van vele kanten dat de KLM-top afziet van een bonus ter gelegenheid van de fusie met Air France. Je vraagt je af hoe ze een dergelijke bonus ooit hebben durven voorstellen in een tijd dat enkele duizenden medewerkers op straat gezet worden. Want voor velen in ons land zijn de tijden zwaar. 3. Ik zal mijn verhaal dan ook beginnen met 1. de sluipende verarming die gaande is, 2. vervolgens zal ik kort enkele waarden uit de oecumenische sociale ethiek belichten, om daarna in de te gaan op 3. de ontwrichtende verrijking. Tenslotte zal ik kort aangeven 4. wat kerken en andere maatschappelijke organisaties kunnen doen, in de verwachting dat Lodewijk de Waal daar ongetwijfeld meer over zal zeggen. Een paar weken geleden sprak ik met een predikant uit Rotterdam. Hij werkt in een gewone buurt, met flats en rijtjeshuizen, gebouwd in de jaren vijftig en zestig voor gewone mensen. Het is helemaal geen speciale probleembuurt, zoals Rotterdam die ook kent. Hij vertelde hoe in zijn gewone middenklasse gemeente met vele 65-plussers steeds meer mensen echt in de problemen komen. Al doen ze er alles aan om die te verbloemen. Ze bezuinigen op kleding, nieuw tapijt, cadeautjes voor hun kleinkinderen; ze doen de tv-gids en de krant de deur uit en gaan vroeg naar bed om energiekosten te besparen. Vaak komen zij pas na lang aandringen door hun kinderen, vrienden of buren, bij hem of bij de diaconie van de kerk terecht. De predikant vertelde mij van een gesprek met een van zijn gemeenteleden, een vriendelijke bejaarde weduwe met AOW en een klein pensioentje. Ze moest nu echt kiezen: of de kerktelefoon of de krant moet de deur uit. Want door alle recente bezuinigingen, de verlaging van de AOW, van de huursubsidie, de stijging van de gemeentelijke belastingen en energielasten, van de eigen bijdragen voor ziektekosten en thuiszorg, kon ze met al haar inventiviteit de eindjes niet langer aan elkaar knopen. Natuurlijk zei de predikant dat ze de krant vooral moest houden en dat het met de kerktelefoon wel goed zou komen. En hij besloot samen met collega's dit soort ervaringen op papier te zetten en een brief aan het CDA te sturen. 5. Zoals deze Rotterdamse mevrouw zijn er volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau maar liefst 200.000 ouderen in ons land, die op of zelfs onder de armoedegrens leven. Mensen die niet snel naar de sociale dienst gaan, ze komen simpelweg niet op het idee dat die er ook voor hen is; mensen die jarenlang hard gewerkt hebben en voor hun gezin hebben kunnen zorgen. Niet alleen ouderen komen in de problemen, ook chronisch zieken en gehandicapten, alleenstaande ouders, grote gezinnen van allochtonen en autochtonen, ze redden het niet meer. En de beloofde compensaties in de fiscale sfeer? Als ze al komen, komen ze minstens een jaar te laat. Mensen hebben geen enkele reserve. Alle rek is eruit. Zo zakken langzamerhand steeds meer mensen door de bodem van het bestaan. Sommigen zijn er zeer verontwaardigd over, anderen zijn murw en raken hoe langer hoe meer in een isolement. Ze worden eenzaam, hun bestaan verschraalt. Het is een sluipende verarming, steeds ietsje minder, steeds meer alleen . 6. Deze ontwikkeling komt natuurlijk niet uit de lucht vallen, maar is een gevolg van het beleid van het kabinet, dat de mensen in een kwetsbare positie veel harder aanpakt dan mensen aan de bovenkant van, of zelfs boven, het loongebouw. In een reactie op de Troonrede en Miljoenennota 2003 heeft de Raad van Kerken dan ook al gepleit voor meer aandacht voor het draagkrachtbeginsel. Dat is, om het wat huiselijk te formuleren, het beginsel dat 'de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen'. De Raad bevestigde dit nog eens vorige maand door de aanvaarding van een notitie met de titel 'Verantwoordelijkheid in solidariteit'. Daarin wordt gezegd dat "van hen die veel (ook materiele) middelen en mogelijkheden hebben, wordt gevraagd hun rijkdom te delen, opdat de middelen ten goede komen aan hen die in een minder gunstige positie verkeren". Maatregelen in de lijn van dit principe kunnen een krachtig tegenwicht bieden tegen de sluipende verarming. 7. Waarden in de oecumenische sociale ethiek Het draagkrachtbeginsel
is een concrete uitwerking van enkele waarden die in de kerkelijke en
oecumenische bezinning van belang zijn: verantwoordelijkheid, solidariteit,
gerechtigheid, participatie, duurzaamheid en heelheid van de schepping.
Het voert te ver om hier een college te geven over christelijke sociale
ethiek vanuit de verschillende christelijke tradities, maar misschien
mag ik enkele kerngedachten over sociale ethiek uit de oecumenische traditie
naar voren halen. Bij oecumene gaat het om het streven naar eenheid van
de christelijke kerken. Dit streven heeft zijn wortels in het begin van
de twintigste eeuw. Het is vanaf het begin verbonden met het besef dat
het in het Evangelie uiteindelijk gaat om de verkondiging van het hele
heil voor de hele wereld: het gaat om lichaam en ziel, heil voor alle
volken, zorg voor mens en schepping. Na enkele belangrijke conferenties
in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw werd kort na de Tweede Wereldoorlog
de Wereldraad van Kerken opgericht, een verbond van protestantse en later
ook orthodoxe kerken, eerst vooral uit Europa en Noord-Amerika, nu van
een meerderheid van kerken uit Afrika, Azië en Latijns-Amerika. De
eerste Assemblee werd in Amsterdam gehouden in 1948. In Nederland was
in 1946 al de Oecumenische Raad van Kerken opgericht, de voorloper van
de huidige Raad van Kerken in Nederland. Binnen de Wereldraad en in zijn
verlengde ook de Nederlandse Raad van Kerken, heeft het denken over sociaal-ethische
vragen verschillende fasen doorgemaakt. Ik schets ze in vogelvlucht, enerzijds
om te laten zien dat de betrokkenheid van de kerken bij dit soort vragen
niet nieuw is, anderzijds om - in alle bescheidenheid - iets te laten
zien van de rijkdom van de ethische bezinning in de kerken. Dat moet natuurlijk
ook wel, het gaat immers om onze core-business. 8. Met de toetreding van Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse kerken groeide binnen de Wereldraad een zekere kritiek op het concept van de verantwoordelijke samenleving. Dankzij de toegenomen zorgen over het milieu en de opkomst van bevrijdingstheologie, feministische en zwarte theologie kwam er in de jaren '60 en '70 een nieuw tweede concept op, dat van de Just, Participatory and Sustainable Society (JPSS), een rechtvaardige, participatieve en duurzame samenleving. Centraal staat het bijbelse begrip gerechtigheid (tsedaka) dat meer is dan 'ieder het zijne' en waarbij partij gekozen wordt voor mensen in kwetsbare posities: armen, weduwen en wezen, vluchtelingen en vreemdelingen. Of er sprake is van gerechtigheid wordt vooral afgemeten aan de wijze waarop armen en andere noodlijdenden worden behandeld. Elke samenleving moet getoetst worden aan de vraag of zij prioriteit geeft aan positieverbetering van de armen. Bij armen gaat het niet alleen om materiële armoede, om mensen die niet in staat zijn om in hun dagelijkse behoeften te voorzien, maar ook om mensen die te lijden hebben onder sociale uitsluiting en marginalisering. In de bijbel is sprake van een voorkeursoptie voor de armen. Dankzij de bevrijdingstheologie is dit besef gemeengoed geworden in de protestants-christelijke, de rooms-katholieke en oecumenische sociale ethiek. Juist zij die aan de rand of buiten de samenleving staan - in bijbelse tijden armen, vluchtelingen, melaatsen, vrouwen die zich niet aan de sociale codes houden, in onze tijden nog altijd armen en vluchtelingen, maar ook vele ouderen, chronisch zieken en gehandicapten, WAO'ers en anderen die niet kunnen voldoen aan de eisen van de samenleving -, juist zij worden als eersten uitgenodigd mee te doen, om volwaardig deel uit te maken van de samenleving. Armen zijn geen objecten van hulp of liefdadigheid, maar subjecten, volwaardige mensen met een specifieke deskundigheid en ervaring. Zo is participatie een kernbegrip in de bijbelse opvatting van gerechtigheid. En tenslotte als derde waarde: duurzaamheid: ingegeven door de zorg voor het milieu en voor toekomstige generaties. 9. In de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw komt dan een derde concept op; het besef van de onderlinge samenhang van deze waarden groeit uit tot de trits: gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De Assemblee van de Wereldraad in Vancouver in 1983 doet de aanbeveling dat alle kerken meedoen in een Conciliair Proces van wederzijdse verplichting aan gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping. De drie hangen samen: zonder gerechtigheid is er geen vrede en heelheid van de schepping, maar zonder vrede is een rechtvaardige en duurzame samenleving ook niet mogelijk. Nergens krijgt dit Conciliair Proces zulke vleugels als in Nederland en in de beide (toen nog gescheiden) Duitslanden. Dit oecumenisch gedachtegoed vindt zijn weg naar de Nederlandse kerken en leidt binnen de Raad van Kerken in Nederland tot tal van activiteiten. Een mijlpaal is de conferentie van 29 september 1987 van de 'arme kant van Nederland', waar toenmalig secretaris Wim van der Zee armoede bestempelt als onrecht en het bijbelse begrip gerechtigheid weergeeft als het rechtzetten van scheve verhoudingen, recht doen aan misdeelde mensen, oprichten wat terneergeslagen is. Daar vindt de recente kerkelijke campagne tegen verarming en verrijking haar oorsprong. 10. Als we met deze
waarden in het achterhoofd nu eens kijken naar onze eigen samenleving,
dan word ik in elk geval niet vrolijk. Wanneer we nu kijken naar de positie van de rijken in ons land en wereldwijd, laat mij dan beginnen met te zeggen dat de kerken niets tegen rijken hebben. Het is zeker niet zo dat rijkdom mensen misgund wordt. Sterker nog, in de bijbel staan passages waarin rijkdom als zegen van God gezien wordt, zoals passages over Abraham en Job. Om het Koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid, te beschrijven worden beelden gebruikt van grote feestmaaltijden met uitgelezen gerechten en belegen wijnen (Jes. 25, 6). En volgens het evangelie van Johannes zegt Jezus: 'Ik ben gekomen opdat zij leven mogen bezitten, en wel in overvloed' (Joh. 10,10) en als om dat te illustreren veranderde hij op een bruiloft in Kana maar liefst zes grote vaten water in wijn. Het imago van het christendom als de religie van louter ascese en karigheid, van droog brood en zelfkastijding is hooguit een deel van het verhaal. Er is zeker ook ruimte voor het genieten van het vele goede van de schepping, voor feestelijkheid en genot. Maar daar moet wel iets bij gezegd worden: dit genieten is bestemd voor iedereen, armen en rijken, voor ouderen en jongeren, voor vrouwen en mannen, iedereen is welkom, niemand wordt buitengesloten. En dit genieten mag geen schade berokkenen aan anderen, aan toekomstige generaties en de schepping. 12. Maar wanneer mensen
zich verrijken ten koste van anderen, klinken er heel andere geluiden
in de bijbel. En omdat dat vaak voorkomt, wemelt het van teksten waarin
gewaarschuwd wordt tegen rijkdom en verrijking. De profeten worden niet
moe zich te keren tegen de verrijking van de grootgrondbezitters en Jezus'
moeder Maria kan over God zingen: 'machthebbers heeft Hij van hun troon
gehaald, vernederden gaf Hij een hoge plaats, hongerigen overlaadde Hij
met het beste, rijken heeft Hij met lege handen weggestuurd' (Luc. 1,52-53).
En Jezus zelf zal later zeggen: 'Maar wee jullie, rijken, je hebt je troost
al binnen' (Luc. 6,24). In de agrarische samenleving van die dagen is
het in bezit nemen van grond van verarmde boeren door grootgrondbezitters
een belangrijke bron van verrijking voor de een en verarming voor de ander.
Daarom is er de bepaling dat de grond elke vijftig jaar opnieuw verdeeld
wordt (het Jubeljaar, Leviticus 25). Deze wetgeving richt zich tegen de
accumulatie van bezit. De bijbel is zich ervan bewust hoe gemakkelijk
mensen komen tot individuele verrijking en als vanzelf in de ban raken
van het streven naar meer en meer, zodanig dat dit hun hele leven gaat
beheersen. Niet voor niets stelt Jezus de beslissende keuze tussen God
en de mammon, de afgod van het geld. Bij rijkdom moet dus steeds de vraag
gesteld worden ten koste van wie deze is verkregen en of anderen daardoor
in hun bestaan worden beperkt. Bij sommige rijken van onze tijd zie je
eenzelfde mechanisme: ze willen altijd maar meer; kennelijk is het nooit
genoeg. Dat brengt ons bij
het laatste deel. Wat kunnen kerken en maatschappelijke organisaties doen?
Laat ik mij beperken tot de kerken. Overal in ons land zijn lokale kerkgemeenschappen
actief en zij doen vooral drie dingen: 14. Hoe moet dat andere
beleid eruitzien? Kerken zijn geen politieke partijen en geen vakbonden.
Over de precieze details van het beleid gaan we - gelukkig - niet. Maar
kerken kunnen wel suggesties doen voor de richting waarin oplossingen
gezocht kunnen worden. In de al genoemde notitie 'Verantwoordelijkheid
in solidariteit' volgt de Raad van Kerken suggesties van zijn projectgroep
Arme Kant van Nederland/EVA. Die gaan uit van het draagkrachtbeginsel
en proberen daar concrete voorstellen voor te doen. Ik noem enkele suggesties:
15. Tenslotte, als u dit allemaal zo aanhoort, kan ik mij voorstellen dat de gedachte bij u opkomt waarom de kerken zich eigenlijk zo druk maken over dit soort zaken. Zouden ze er niet beter aan doen zich te houden bij het spreken over en bidden tot God? Nu zal ik de laatste zijn om het belang daarvan te ontkennen, maar het is juist God zelf, zoals Hij zich volgens vele christenen heeft doen kennen in Jezus Christus, die maakt dat christenen niet anders kunnen dan - samen met anderen - zoeken naar en werken aan een humane en rechtvaardige samenleving, voor de Rotterdamse mevrouw en haar lotgenoten, en voor de topman van ING en zijn collega's; een samenleving waar zij allen tot hun recht komen. Zie ook de website van de Raad van Kerken in Nederland: www.raadvankerken.nl Klik
hier voor een impressie van de conferentie. |