|
PROJECTEN
1
MEI CONFERENTIE 2003
Een initiatief van het Platform Economische Gerechtigheid
De
paradox van waardigheid
Waardigheid is een wederkerige waarde
Evelyn Schwarz
Inleiding
Waardigheid
bezitten of waardig zijn?
De
verzorgingsstaat
Bureaucratie
Waardigheid
van de rijken
Inleiding
Waardigheid is
een paradoxale waarde. Zij heeft zowel een individuele als een collectieve
kant en wordt zowel gewaarborgd als tegengewerkt door de bureaucratie.
Bovendien kan waardigheid alleen gedijen in wederkerigheid.
Waardigheid is een
waarde die zowel een individuele als een collectieve toepassing heeft.
De spanning tussen het individu en de sociale omgeving wordt in deze waarde
op een positieve manier opgelost. Individuele waardigheid laat zich alleen
ervaren in het erkend worden door de ander. Het is een waarde die het
individu alleen in wederkerigheid kan ervaren. Ook in de workshop waardigheid
op de 1 Mei Conferentie kwam dit duidelijk naar voren.
Hoe uiteenlopend de achtergronden van de aanwezigen ook waren - er waren
christenen, moslims en armgemaakte mensen in de zaal - de associaties
bij het begrip waardigheid kwamen sterk overeen: respect, gerechtigheid,
menselijke eer, gelijkwaardigheid, keuzemogelijkheden, om er maar een
aantal te noemen.
Ook al is de invulling van de eigen waardigheid gebonden aan cultuur en
plaatselijke gebruiken, waardigheid blijkt een universeel menselijke grondwaarde
te zijn.

Waardigheid
bezitten of waardig zijn?
In
de christelijke theologie is waardigheid de essentie van het geschapen
zijn. Ineke Bakker, secretaris generaal van de Raad van Kerken noemt waardigheid
"een kwestie van zijn en niet van hebben en houden en nog minder
van graaien en grissen." Ook Mariëtte Bogaerts, moslim geestelijk
verzorger, constateert: "Waardigheid als een grondwaarde is gekoppeld
aan het pure feit dat je er bent."
Toch wordt door sommigen het gevoel van eigenwaarde ontleend aan het leveren
van een bijdrage aan de samenleving. Vaak komt dit pas aan het licht wanneer
het (betaalde) werk wegvalt. Een deelneemster in de discussie: "Ik
begon pas over mijn waardigheid na te denken toen ik met pensioen ging."
Dit maakt duidelijk dat wij ons denken over werk niet mogen laten beperken
tot betaald werk.

De
verzorgingsstaat
Een
voorname taak van de democratische rechtsstaat is het waarborgen van de
menselijke waardigheid. De burger wordt beschermd tegen het verlies van
zijn of haar waardigheid door een inkomensgarantie. Het commentaar op
de bijstandswet van 1965 door Marga Klompé is kenmerkend geworden:
bij de bijstand gaat het niet om het brood alleen, er hoort ook een bloemetje
op tafel. De bijstandswet wordt begrepen als een recht voor elke burger
om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving.
Ploni Robbers, oud-voorzitter van de landelijke werkgroep De Arme Kant
van Nederland/EVA constateert dat bij de geplande nieuwe wet 'werk en
bijstand' deze grondslag wordt verlaten: "In de nieuwe wet verwordt
het recht op bijstand tot een gunst. Individuele oplossingen moeten plaats
maken voor de aanpak van armoede als een structureel probleem."
Creëert de verzorgingsstaat afhankelijke burgers? De socioloog Carl
Rohde schrijft dat liefdevolle dictatuur haar leden de noodzaak ontneemt
om zelf initiatieven te ontwikkelen. Hij ziet hierbij echter over het
hoofd dat het kunnen ontplooien van de noodzakelijke eigen initiatieven
tot bijvoorbeeld betaalde arbeid niet voor iedereen is weggelegd.
Een ander probleem is dat de verzorgingstaat haar belofte van volledige
verzorging niet waar kan maken. Zo zijn de bijstandsuitkeringen in Nederland
al jaren zo laag dat een leven in waardigheid ernstig wordt bemoeilijkt.

Bureaucratie
De bureaucratie die
door dit verzorgingstelsel noodzakelijk wordt, plaatst ons voor een dilemma.
Bureaucratie is het werken met regels. Zij beoogt het waarborgen van de
universele waardigheid van individuen. Iedereen wordt zonder vooringenomenheid
en sentiment gelijk behandeld. Juist in deze gelijkschakelijking van ongelijken
schuilt het probleem.
De stelling "De bureaucratie van de sociale diensten is zo zwaarwegend
en onderdrukkend dat je ter bescherming van je eigen waardigheid maar
beter geen uitkering kunt aanvragen." wordt door de aanwezige ervaringsdeskundigen
bij de 1 mei workshop volop onderschreven. Met name het aanvragen van
bijzondere bijstand wordt vaak als vernederend ervaren. Zo belet je gevoel
van de eigenwaarde je om gebruik te maken van je sociale rechten. Het
gaat hier niet om het activerende beleid van de sociale diensten, maar
hun normerende insteek. Mariëtte Bogaerts vat samen: "Bureaucratie
wil mensen gelijk behandelen, terwijl mensen niet gelijk zijn. Het nakomen
van regels staat centraal, waardoor regels een eigen leven gaan leiden.
Ze worden tot een keurslijf waarin de mens zich moet schikken. Dit belemmert
het zoeken naar een meer op maat gemaakt kostuum waarin een mens zichzelf
kan worden en blijven."
De geplande wet 'werk en bijstand' legt de nadruk op de grenzen die aan
het verlenen van bijstand worden gesteld. Het basisrecht van bestaansvoorziening,
de voorwaarde voor een waardig bestaan, raakt uit het zicht. Het is een
ontwerp van een huis met alleen plafonds maar zonder vloeren.
De verzorgingsstaat verkeert in een paradoxale situatie. Het verlies van
waardigheid in de bureaucratie van de sociale zekerheid is niet op te
lossen, noch met minder bureaucratie, noch met meer privatisering. Hoe
omgaan met deze paradox, verondersteld dat we de verzorgingsstaat willen
behouden? Raf Janssen, socioloog bij Sjakuus, vraagt zich af of niet beter
meteen alle bestaande sociale regelgeving afgeschaft kan worden, op zoek
naar leefbare regels: "Waardigheid vraagt om een ontregeling van
de samenleving."

Waardigheid
van de rijken
Zoals ook de werkgroep
Arme Kant van Nederland/EVA in haar beleidsplan constateert, is de kloof
tussen arm en rijk strijdig met de waardigheid van mensen. Economische
doelen dienen ondergeschikt te zijn aan het garanderen van waardigheid
voor iedereen op aarde. Armoede en onrecht zijn geen van God gegeven onveranderlijke
grootheden maar het resultaat van verdelingsprocessen van goederen en
van de toegang tot bestaansmiddelen. Niet alleen de waardigheid van de
mensen aan de arme kant staat onder druk, ook de waardigheid van rijken
is in het geding. Een samenleving die onrechtvaardigheid toelaat, is een
aanslag op een waardig bestaan voor iedereen. De conclusie van de 1 mei
workshop was dan ook: "Om mensen met een (boven)modaal inkomen hun
waardigheid te laten hervinden moet er een radicale herverdeling plaatsvinden
in het belastingsstelsel."

Terug
naaar openingspagina 1 mei conferentie
|